zonevreemde Vakantiehuisjes

Niemand sloopt de erfenis van mijnheer de burgemeester

Ruim twintig jaar nadat wijlen Steve ‘Bulldozer’ Stevaert duizenden illegale weekendhuisjes in Vlaanderen liet slopen, zijn de Limburgse bossen vandaag nog altijd bezaaid met zonevreemde vakantiechalets. De politiek waagt zich al twee decennia niet meer aan een actief afbraakbeleid.

Ruben Steegen
door Ruben Steegen

Trek de Limburgse natuur in en de kans is groot dat u er vroeg of laat op een vakantiehuisje of stacaravan stoot, vaak in niet al te frisse staat. Het zijn erfenissen uit de jaren vijftig, zestig en zeventig, toen de bouwwoede van de Vlaming geen grenzen kende en chalets als paddenstoelen uit de grond schoten, allemaal onder het goedkeurend oog van mijnheer de burgemeester. “Veel vakantiehuisjes die je vandaag in de Vlaamse bossen aantreft, dateren van voor de opmaak van het gewestplan van 1972”, weet professor Hans Leinfelder, docent ruimtelijk beleid en planningstheorie aan de Faculteit Architectuur van de KU Leuven. “Vlaanderen was in de jaren vijftig en zestig nog niet ingedeeld in bestemmingsgebieden. Bouwen in een bos mocht, op voorwaarde dat je de goedkeuring had van het toenmalige gemeentebestuur. Daardoor kreeg je in bosrijke regio’s als Limburg en de Antwerpse Kempen een wildgroei.”


“Als gemeente is het niet onze taak om actief op te sporen welke huisjes decennia geleden illegaal zijn rechtgetrokken” Een diensthoofd Ruimtelijke Ordening

Zonevreemd is niet illegaal

Pas met de opmaak van de gewestplannen in 1972 werd Vlaanderen in bestemmingsgebieden ingedeeld. “Van de éne op de andere dag werden heel wat van die constructies zonevreemd. Maar illegaal waren ze niet. Dat maakt de hele materie zo complex. Een vakantiehuisje dat vóór 1972 is gebouwd, wordt als vergund geacht. Ongeacht de ligging.” Enkel de zonevreemde huisjes die daarna werden rechtgetrokken in niet recreatief bestemmingsgebied zijn illegaal.

Hoeveel zonevreemde vakantiehuisjes Limburg vandaag telt, weet niemand. “Er zijn uiteraard clusters bekend zoals rond de beekvalleien in het Maasland, maar er bestaat niet zoals als een databank met illegale huisjes”, zegt Jaak Paes van Natuurpunt Maasland, die al sinds de jaren zeventig strijdt tegen de vakantiehuisjes in onze provincie. “In juni 1974 hebben wij met Natuurpunt de eerste protestmars in Dilsen-Stokkem gehouden, maar vijftig jaar later is er bitter weinig veranderd. Er wordt weliswaar niet meer bijgebouwd, maar ook nauwelijks afgebroken.”

Voor Natuurpunt zijn de vervallen chalets midden in de Limburgse bossen een stevige doorn in het oog. Foto Dick Demey Voor Natuurpunt zijn de vervallen chalets midden in de Limburgse bossen een stevige doorn in het oog. Foto Dick Demey
Voor Natuurpunt zijn de vervallen chalets midden in de Limburgse bossen een stevige doorn in het oog. Foto Dick Demey

2.000 illegale huisjes

In een rapport dat de provincie eind jaren negentig opmaakte, werd het aantal illegale vakantiechalets in Limburg op ruim tweeduizend geschat. “Het grootste deel van de weekendhuisjes is gelegen in verkavelde bossen of beekvalleien”, luidt het in het besluit van het rapport, dat clusters opnoemt in As en Opglabbeek (Heiderbos), Ham, Tessenderlo (Houterenberg), Overpelt (Napoleonstrand), Beringen, Gruitrode en Lanklaar. “Daarnaast bevinden zich meer dan honderd zonevreemde of illegale weekendhuisjes in de gemeenten Dilsen-Stokkem, Hechtel-Eksel, Lommel, Maaseik, Meeuwen-Gruitrode, Overpelt, Peer, Tessenderlo en Zutendaal.”

Vandaag blijven er daar minstens de helft van over, zo leert een rondvraag bij alle Limburgse gemeenten. Al blijkt dat ook lokale besturen zelden een zicht hebben op de precieze omvang van het probleem. “Van de meeste zonevreemde weekendhuisjes weten we niet of ze voor of na 1972 zijn gebouwd”, vertrouwt een hoofd Ruimtelijke Ordening ons toe. “Als gemeente is het niet onze taak om actief op te sporen welke huisjes decennia geleden illegaal zijn rechtgetrokken.” Uit onze rondvraag blijkt dat Limburg vandaag nog minstens 700 zonevreemde vakantiehuisjes telt, al is dat meer dan waarschijnlijk een onderschatting en zal het werkelijke aantal eerder de duizend benaderen, een cijfer dat slechts zeer langzaam daalt.

Huis in puin

“Stevaerts bulldozerpolitiek ten aanzien van bouwovertredingen is destijds bijzonder negatief geframed door de media, wat maakt dat later geen enkele politicus of bestuursniveau de kwestie nog naar zich toe heen durven trekken”, stelt Hans Leinfelder, prof ruimtelijk beleid. “Niemand wil zich politiek verbranden aan beelden van een huis in puin met daarlangs een huilende familie. Daardoor is Vlaanderen afgestapt van die strenge benadering en begonnen met de opmaak van Ruimtelijke Uitvoeringsplannen (RUP’s) die de bestemming van sommige van deze permanent bewoonde vakantieverblijven - indien ruimtelijk aanvaardbaar - omzetten naar (recreatief) woongebied.”


“In juni 1974 hebben wij met Natuurpunt de eerste protestmars in Dilsen-Stokkem tegen illegale vakantiehuisjes gehouden, maar vijftig jaar later is er bitter weinig veranderd” Jaak Paes Natuurpunt Maasland
Natuurpunt Maasland organiseerde al in de jaren zeventig het eerste protest tegen illegale weekendhuisjes in de bossen van Dilsen-Stokkem. Foto RR

Permanent bewoond

Toch wordt de problematiek van de illegale vakantiehuisjes volgens professor Leinfelder vooral op de lange baan geschoven. “Gemeenten kijken naar het Vlaamse niveau, maar daar beweegt weinig. Nochtans heeft ook een gemeente voldoende middelen in handen om een actief afbraakbeleid te voeren, al ligt dat voor een lokaal bestuur vaak gevoelig. Bijkomend probleem is dat een groot aantal weekendhuisjes permanent worden bewoond, vaak door kwetsbare groepen die niet altijd op de reguliere woningmarkt terecht kunnen. Als je die mensen hun huis afbreekt, kunnen ze nergens elders terecht.”

Op vraag van Vlaanderen stelden de provincies in 2012 wel een stand van zaken op wat betreft weekendverblijven. Veel is daar in Limburg niet mee gebeurd. “Als provincie voeren wij geen actief beleid rond weekendhuisjes”, zegt gedeputeerde van Ruimtelijke Ordening Inge Moors (CD&V). “Er is uiteraard Vlaamse regelgeving over zonevreemde en illegale woningen en daar kunnen gemeenten op terugvallen voor handhaving. Voor ons als provincie is de kwestie geen prioriteit, zeker omdat de problematiek in Limburg niet zo groot is. Wel hebben we de voorbije jaren sterk ingezet op de kwalitatieve uitbreiding van gebieden die als recreatiezone zijn ingekleurd. Maar wat betreft zonevreemde weekendhuisjes is het aan de gemeenten zelf om een actief beleid uit te stippelen. We zien dat de éne gemeente dat al wat actiever doet dan de andere.”

Antwerpse families

Zo stelde Ham in 2017 eigenhandig een RUP op voor de bijna tweehonderd zonevreemde vakantiehuisjes en chalets die de gemeente toen op haar grondgebied telde. “We hebben gekozen voor een mix van een uitdoofbeleid en herlocatie”, zegt schepen van ruimtelijke ordening Robert Vandezande (Open Vld). De vakantiehuisjes in Ham zijn haast allemaal eigendom van Antwerpenaren die in het weekend van de rust in het groene Limburg komen genieten. “De laatste vijf jaar hebben we een twintigtal huisjes afgebroken, in overleg met de eigenaars. Drie mensen hebben gekozen voor een herlocatie.”

Het gehucht Gerhees in Ham telt tientallen zonevreemde chalets die in handen zijn van voornamelijk Antwerpse families
Het gehucht Gerhees in Ham telt tientallen zonevreemde chalets die in handen zijn van voornamelijk Antwerpse families Foto Raymond Lemmens

Slopen

Op Vlaams niveau legt het departement Omgeving van bevoegd minister Zuhal Demir (N-VA) momenteel de laatste hand aan het Vlaamse Omgevingshandhavingprogramma, dat de krijtlijnen rond stedenbouwkundige misdrijven en de vervolging daarvan uitzet. “De rol en de aanpak van illegale weekendverblijven zal in dat kader verder bekeken worden, maar we gaan vandaag niet vooruitlopen op nieuw beleid dat eraan zit te komen”, stelt Demirs woordvoerder Andy Pieters, die benadrukt dat het om een bijzonder complexe problematiek gaat. “Waar weekendverblijven oorspronkelijk effectief werden gebouwd om te gebruiken als buitenverblijf, zijn steeds meer eigenaars hun huisjes als vaste verblijfplaats gaan gebruiken. We zitten daar met een belangrijk sociaal aspect, en mee daardoor is er de voorbije jaren gewerkt aan mogelijkheden tot correcties via planologische oplossingen. Sommige provincies hebben daar sinds 2007 sterk op ingezet, maar dat is in Limburg niet het geval.”

Pieters stipt aan dat lokale besturen soms te snel naar het Vlaamse niveau wijzen, terwijl ook gemeenten een belangrijke bijdrage kunnen leveren in de strijd tegen zonevreemde weekendhuisjes. “Zo kunnen ze kritischer zijn met domiciliëring, mee planologische oplossingen uitwerken en met hun lokale handhavers een actieve rol spelen door informatie aan de Vlaamse handhaving door te spelen. Dat laatste orgaan is volledig afhankelijk. Pas als zij een overtreding vaststellen, kan er via een procedure voor de rechtbank een sloop worden bevolen. Een minister kan nooit zelf een afbraak bevelen.”

Een zwembad van 10 op 15 meter is de laatste stille getuige van zonevreemde recreatie in de Bosbeekvallei in Opoeteren (Maaseik)
“In de jaren zestig werd bouwen in natuurgebied nog gedoogd"
Jemp Peeters Natuurpunt
Een zwembad van 10 op 15 meter is de laatste stille getuige van zonevreemde recreatie in de Bosbeekvallei in Opoeteren (Maaseik)
“In de jaren zestig werd bouwen in natuurgebied nog gedoogd"
Jemp Peeters Natuurpunt

Afbreken is kostelijk

Een van de Limburgse gemeenten die er de laatste tien jaar is geslaagd om het aantal vakantiehuisjes op haar grondgebied gevoelig terug te dringen is Zutendaal. Eind jaren negentig telde Zutendaal nog zo’n tweehonderd illegale vakantiehuisjes, maar daar blijven er vandaag nog maar de helft van over.

“Als meest groene gemeente van Limburg hoeft het niet te verbazen dat hier vooral in de jaren vijftig, zestig en zeventig honderden zonevreemde vakantiehuisjes zijn gebouwd”, zegt burgemeester Ann Schrijvers (ZVP). “Heel vaak weten erfgenamen niet wat ze met die huisjes moeten aanvangen. Het gevolg is verloedering en daarom sporen we eigenaars van vervallen weekendhuisjes systematisch op met de vraag om hun eigendom gratis af te staan. In ruil nemen wij de afbraakkosten op ons, wat voor de eigenaars een kostelijke affaire zou zijn. We voeren een uitdoofbeleid, maar gaan niet zelf op jacht naar illegale huisjes. Dat is niet onze taak, maar die van Vlaanderen. Ook voor ons is het niet altijd duidelijk waarom voor de éne chalet een pv wordt opgesteld en voor de andere niet. Een literair monument als Jeroen Brouwers heeft na jaren procederen zijn zonevreemde huis in het Zutendaalse groen moeten afbreken door de torenhoge dwangsom, terwijl de chalets in de onmiddellijke omgeving er wel nog staan, soms omdat de opgelegde dwangsom laag is. Andere chalets worden dan weer vergund geacht omdat ze voor de invoering van de gewestplannen werden neergezet.”


“Ook voor ons is het niet altijd duidelijk. Jeroen Brouwers moet zijn zonevreemde huis afbreken, terwijl de chalets in de onmiddelijke omgeving er wel nog staan” Ann Schrijvers (ZVP) Burgemeester Zutendaal
Uit onze rondvraag blijkt dat Limburg vandaag nog minstens 700 zonevreemde vakantiehuisjes telt. Een onderschatting, niemand kent het werkelijke aantal.

Ook Dilsen-Stokkem kwam recent in het nieuws toen midden in het Stokkemerbos een stacaravan uitbrandde. Met de Costa Brava en het Stokkemerbos kent de gemeente twee clusters van vakantiehuisjes die geregeld overlast veroorzaken. “Als stadsbestuur vinden we uiteraard dat zulke vakantiehuisjes - waarvan een groot deel in slechte staat is - niet thuishoren in natuurgebied”, onderstreept schepen van Ruimtelijke Ordening Kelly Isaris (Open Vld). “Het gaat hier om een erfenis uit de jaren zestig en zeventig. Vandaag staan wij de bouw van nieuwe chalets uiteraard niet meer toe, maar we voeren geen actief afbraakbeleid. Dat is een bevoegdheid van de gewestelijke bouwinspectie (Departement Omgeving van de Vlaamse overheid, nvdr.). Als de bouwinspectie via de procureur een afbraak vordert, zullen we ons daar als stad uiteraard bij aansluiten. Maar we gaan niet proactief huisjes afbreken.”

De 'Costa Brava' in Dilsen Stokkem. In dit verkavelde bos met uitzicht op de Maasvallei werd er de tweede helft van de twintigste eeuw lustig op los gebouwd. Foto Mark Dreesen

Natuur in ere herstellen

Een belangrijke bondgenoot in de strijd tegen de vakantiehuisjes zijn natuurverenigingen. Het Agentschap Natuur en Bos van de Vlaamse overheid - dat bij de verkoop van bosgrond een voorkooprecht heeft - gaat regelmatig over tot sloop als het bosgrond met vakantiehuisjes verwerft. “Elk jaar komen ongeveer vijftig percelen met daarop een weekendhuisje in onze handen”, verduidelijkt woordvoerder Jeroen Denaeghel. “Die worden dan meestal snel afgebroken. Zo hebben we in Limburg al weekendhuisjes verworven en afgebroken in Gerhagen (Tessenderlo), Oudsberg (Tessenderlo) en de vallei van de Kleine Nete (diverse gemeentes).”

Natuurpunt spreekt dan weer via haar netwerk van vrijwilligers eigenaars aan om te polsen of er interesse is voor verkoop. “Het gebeurt heel vaak dat weekendhuisjes in verval geraken eenmaal de oorspronkelijke eigenaars sterven”, zegt Natuurpunt-woordvoerder Nathalie Sterckx. “Erfgenamen weten niet wat ze met het huisje moeten doen. In zo’n geval zijn eigenaars vaak blij dat wij de opruimkosten op ons nemen. De voorbije twintig jaar hebben we in Vlaanderen ruim tweehonderd weekendverblijven opgeruimd en de natuur er in ere hersteld.” Sterckx benadrukt dat illegale betonconstructies in het bos ecosystemen ernstig overhoop halen. “In Limburg zijn de meeste chalets neergezet in natte valleien, vaak met een visvijver erbij. Dat verstoort de fauna en flora enorm. Zo verminderen de betonnen funderingen de waterinfiltratie en verdringen aangepaste exoten onze eigen soorten. Diertjes ervaren zo’n constructie als iets bedreigends, waardoor ze er weg blijven en hun leefgebied kleiner wordt. Daarnaast zien we dat vervallen chalets vandalisme en sluikstorten aantrekken.”

"Ik ben er inmiddels 71 en nog altijd kijk ik op tegen ontsierende chalets als ik in het Limburgse groen ga wandelen", zucht Jaak Paes van Natuurpunt Maasland. Foto Dick Demey

Processie van Echternach

Hoewel er de voorbije decennia met mondjesmaat vakantiehuisjes werden afgebroken, voelt het voor Jaak Paes aan als een processie van Echternach. “Ik ben er inmiddels 71 en nog altijd kijk ik op tegen ontsierende chalets als ik in het Limburgse groen ga wandelen. Na Stevaert heeft geen enkel bestuursniveau de materie nog naar zich toegetrokken. Een kwestie van politieke moed. Geen enkele burgervader wil potentiële kiezers tegen de haren strijken door een afbraak te verplichten.” Toch voelt Jaak dat er verandering in de lucht hangt. “De natuur beroert de mensen, zeker nu we deze coronacrisis met zijn allen het groen in eigen land hebben herontdekt. Als er vandaag natuurgebied dreigt te verdwijnen, ontstaat er een golf van protest. Ik kan alleen maar hopen dat de mensen gaan inzien dat ook die illegale vakantiehuisjes onze natuur verpesten zodat er eindelijk voldoende middelen worden vrijgemaakt voor een grote kuis.”

Een vervallen zwembad, midden in de Zutendaalse bossen. Het 'groenste snoepke van Limburg' telt vandaag nog meer dan honderd zonevreemde weekendhuisjes. Foto/video Tom Palmaers

“Zwembaden, tennispleinen, halve villa’s,... alles kon”

Van eenvoudige stacaravans, over prachtige chalets tot halve villa’s met zwembad. De bouwdrift van de Limburger in het bronsgroen kende jarenlang nauwelijks grenzen. Wij trokken naar Zutendaal en Dilsen-Stokkem, waar zonevreemde vakantiehuisje anno 2021 nog altijd het uitzicht van het groen domineren.

Geen vakantiehuisje in Limburg dat de voorbije tien jaar vaker de kranten heeft gehaald dan dat van de Nederlandse schrijver Jeroen Brouwers. In 2016 moest hij na een uitputtende procedureslag zijn woning midden in het Zutendaalse groen afbreken. Wie vandaag de bospaadjes in de Roelerheide tot aan Brouwers voormalige stulpje volgt, stoot er enkel nog op een lege grasvlakte. Nauwelijks vijftig meter verder pronken drie vakantiehuisjes die wél mochten blijven staan. Ronkende namen als De Drie Eiken en Het Stalkerhof sieren de gevels van de stevig vergrendelde houten constructies. Even verderop stoten we op twee werkmannen die een chalet een likje verf geven. “Allemaal eigendom van een 84-jarige Maastrichtse dame die hier in de weekends regelmatig naartoe trekt”, klinkt het. “Illegaal? Nee, deze chalet is gebouwd voor 1970 en wordt dus vergund geacht.”


“Kinderen die de vakantiehuisjes van hun ouders erven, weten niet wat ze ermee moeten en laten de boel verkommeren” Een medewerker van de gemeente Zutendaal

Als God in Frankrijk

Dieper in het bos ontdekken we het éne na het andere vakantiehuisje. “Wat je hier aantreft, tart werkelijk alle verbeelding”, vertrouwt een groenarbeider van de gemeente ons toe. “Zwembaden, tennispleinen, grote betonnen constructies. In de jaren vijftig en zestig kon alles. De mensen leefden hier als God in Frankrijk, maar de laatste decennia is er ontzettend veel verval. Gezinnen trekken tegenwoordig liever naar het buitenland. Kinderen die de vakantiehuisjes van hun ouders erven, weten niet wat ze ermee moeten en laten de boel verkommeren. Hier is onlangs nog een huisje uitgebrand dat door Poolse arbeiders werd gekraakt. Het bos ligt bezaaid met verkrotte constructies. Maar als ze voor 1972 zijn gebouwd, kan de gemeente weinig ondernemen.” Ingestorte chalets, afbrokkelende zwembadkuipen en dichtgeslibde zwemvijvers zijn vandaag de stille getuigen van die jarenlange verkrotting

Opvallend: de eigenaars van de chalets die er wel nog mooi bijliggen, willen voor geen geld van de wereld met naam en toenaam in de krant. “Niet dat we hier illegaal zitten, maar het is beter om geen slapende honden waker te maken”, klinkt het bij een Zuid-Limburgse familie die een omheind domein met twee vakantiehuizen, een tiental stacaravans, tennisplein en zwemvijver bezit. En dat midden in het bos. “Onze overgrootvader heeft deze lap grond begin jaren zestig gekocht. In de zomer brengen we hier met de hele familie samen de weekends door. Een privilege dat vandaag niet meer mogelijk zou zijn, dat beseffen we heel goed. Op zwoele zomeravonden wanen we ons hier in het paradijs.”

Het Stokkemerbos in Lanklaar (Dilsen-Stokkem). In januari stelde de stad nog een pv op tegen onbekenden omdat een kluizenaar er een enorme ravage achterliet. Het Stokkemerbos in Lanklaar (Dilsen-Stokkem). In januari stelde de stad nog een pv op tegen onbekenden omdat een kluizenaar er een enorme ravage achterliet.
Het Stokkemerbos in Lanklaar (Dilsen-Stokkem). In januari stelde de stad nog een pv op tegen onbekenden omdat een kluizenaar er een enorme ravage achterliet. Foto Mark Dreesen

Kluizenaar

Dat paradijselijke gevoel is ver weg in het Stokkemerbos in Lanklaar (Dilsen-Stokkem), een waardevol natuurgebied ten noorden van de Boslaan dat wordt ontsierd door vervallen, stokoude chalets. In januari stelde de stad nog een pv op tegen onbekenden omdat een kluizenaar er een enorme ravage had achtergelaten op zijn terrein met vier caravans. De weekendhuisjes die wel nog worden onderhouden, liggen verscholen achter hoge toegangspoorten met dreigende bordjes van vervaarlijk ogende waakhonden. Ten zuiden van de Boslaan, aan de beruchte Costa Brava, is de situatie al niet veel beter.

In dit verkavelde bos met uitzicht op de Maasvallei werd er de tweede helft van twintigste eeuw lustig op los gebouwd. De vallei is bezaaid met vakantiehuisjes: van eenvoudige chalets, over knappe houten constructies tot echte huizen, inclusief zwembad en tennisplein. “Ons chaletje staat hier al sinds 1948”, vertelt een Hasselts gepensioneerd echtpaar dat op hun terrasje geniet van de rust. “Wij hebben het gekocht in de jaren zeventig, om de drukte van de stad te ontvluchten.” Stromend water en elektriciteit heeft het koppel niet. “Gelukkig, want anders zou ik toch weer beginnen stofzuigen”, lacht de vrouw, die onder geen beding in de krant wil. “Zelfs onze Hasseltse buren weten niet dat we dit huisje hebben.” Tot hun grote spijt zag het echtpaar de Costra Brava de laatste jaren sterk verloederen. “Onze vroegere buren hebben hun chalet totaal verwaarloosd”, zucht de echtgenoot. “Ik ken de eigenaar, maar die wil er geen cent meer in steken. Intussen kijk ik wel op tegen de rommel. Van mij mag de stad streng tegen optreden en alle vervallen huisjes laten slopen. Maar niet het onze, dat is vergund.”

Leegstaande vakantiechalets worden gekraakt en trekken vandalen aan.
Leegstaande vakantiechalets worden gekraakt en trekken vandalen aan. Foto Mark Dreesen

“Wij hebben onze chalet in de jaren zeventig gekocht, om de drukte van de stad te ontvluchten” Bejaard Hasselts echtpaar

Dertig jaar procederen

De 75-jarige Louis Peters woont al bijna zijn hele leven op de Costa Brava. “Mij krijgen ze hier niet weg, tenzij tussen vier planken”, lacht de man, die een broertje dood heeft aan de dienst Stedenbouw. “Mijn huis staat hier al sinds de jaren zestig en kunnen ze ons niet meer afpakken, maar vier jaar geleden heb ik onze tweede woning moeten afbreken. Dat was een schuur die mijn vader tot huis had omgevormd. In 1985 is de miserie met Stedenbouw begonnen en vier jaar geleden heeft de rechtbank de sloop bevolen. Een dag na de afbraak stond hier al een ambtenaar voor de deur met een peilstok, om te controleren of ook de fundering was weggehaald. We hebben een huis moeten afbreken dat piekfijn werd onderhouden terwijl hier zoveel huisjes worden verwaarloosd. Onbegrijpelijk.”