Ruim duizend vervalsingen in collecties van topmusea

Print
Topmusea van over de hele wereld stellen meer dan 1.250 nepantiquiteiten tentoon. Dat schrijft de vooraanstaande Amerikaanse archeoloog Oscar White Muscarella in zijn boek 'The lie became great', dat vandaag in het Nederlandse Groningen wordt voorgesteld. De vervalsingen zijn voornamelijk afkomstig uit het Midden-Oosten en staan tentoongesteld in musea als het Louvre, British museum en The Metropolitan, maar ook het Paleis voor schone kunsten in Brussel zou, al dan niet bewust, vervalsingen huisvesten.
BR>Oscar White Muscarella, zelf verbonden aan het Metropolitan Museum in New York, staat bekend als een autoriteit op het gebied van kunst uit het Midden-Oosten. Gedurende meer dan tien jaar bezocht hij musea en veilingen en maakte hij een catalogus van vervalsingen op. Heel wat vervalsingen passeren onopgemerkt langs gerenommeerde veilinghuizen zoals Sotheby's en Christie's. Een catalogus die heel wat stof zal doen opwaaien, want hij noemt die lijst «slechts het topje van de ijsberg.» Enkele musea hebben al erkend dat sommige van de antiquiteiten die op Muscarellas lijst figureren, inderdaad nep zijn.

Louvre


Muscurella trekt in zijn boek hard van leer tegen malafide kunsthandelaars, maar spaart ook de musea niet. «In sommige musea is de directie goed op de hoogte van de aanwezigheid van nepantiquiteiten. Maar ze houden het stil, omdat ze zich schamen of uit rivaliteit. Bovendien zijn te veel curatoren helemaal niet of toch minstens onvoldoende op de hoogte van de kunstobjecten die ze hebben.»
Ieder jaar passeren er 25.000 vervalsingen van antieke kunst op de kunstmarkten. Het Thermoluminescience-instituut in Oxford, onderzoekt de ouderdom van ontdekkingen van archeologen. 40 procent van de objecten die daar aankomen, zijn onecht. Maat toch glippen er dus vervalsingen door de mazen van het net. Schuldig aan het opduiken van al die vervalsingen zijn enkele, tot nu gerespecteerde, kunsthandelaars in Londen en New York. Ook in Duitsland en Frankrijk zijn er handelaars die aan de illegale trafiek deelnamen. En de meest gerespecteerde musea hebben zich al laten vangen. Het Louvre in Parijs huisvest volgens Muscarella maar liefst 37 vervalsingen, waaronder een Sumerisch beeld (Irak) waarmee het Louvre publiciteit maakte in de Parijse metro. Het British Museum in Londen bezit 16 nepantiquiteiten.

Mijnenveld


En Muscarella spaart ook zijn eigen werkgever niet: het Metropolitan Museum bezit 45 fakes. Een Cycladisch (Griekse eilanden in de Egeïsche Zee) stenen beeld van een harpspeler dat tot voor kort zelfs op de cover van de brochures van het museum figureerde, werd door de archeoloog als 'fake' geïdentificeerd. Het museum dateerde het beeld eerder als gemaakt in 2.700 jaar voor Christus.
Paul Verbraeken, kunsthistoricus van de Antwerpse musea, is niet verbaasd over de bevindingen van Muscarella. Hij duidt erop dat het geen toeval is dat het gaat om kunst uit het Midden-Oosten: «Dit is altijd het terrein geweest waar de meeste vervalsingen opduiken. Logisch, want je hebt weinig Midden-Oostenkunstkenners. Dan is het toch makkelijk om hiervoor certificaten te krijgen. Het is een mijnenveld, alles wat niet uit onze cultuur komt, is moeilijker te identificeren als een vervalsing. Vervalsingen van Vlaamse kunst zul je niet in onze musea vinden, simpelweg omdat er te veel experts voor zijn. Muscarella steekt hier een waarschuwende vinger op: laat u niet verleiden door het Kapergoud.»
Kristof Bernaerts van het gelijknamige veilinghuis in Antwerpen, weet dat er vooral in de jaren vijftig veel certificaten werden uitgedeeld: «En veel van die objecten ondergaan nu een nieuw examen, met meer wetenschappelijke expertise. Niemand is volmaakt, we proberen ons zo goed als mogelijk te wapenen tegen vervalsingen, want onze reputatie staat anders op het spel.»