Tijdperk van bonus-malus bijna voorbij

Het bonus-malussysteem voor autoverzekeringen verdwijnt geleidelijk. Tegen juli 2001 is het stelsel niet meer gekoppeld aan de tarieven. En tegen 2003 moet het volledig verdwenen zijn.

BR>

Het bonus-malussysteem kent de chauffeurs een graad toe. Ze gaan van 0 tot en met 22. Hoe hoger de chauffeur op die schaal staat, hoe hoger de verzekeringspremie die hij moet betalen.

Indien de wagen enkel voor privé-doeleinden en woon-werk verkeer wordt gebruikt, begint de chauffeur in graad 11. Indien de auto ook voor beroepsdoeleinden wordt gebruikt, begint men in graad 14. Telkens men een ongeval veroorzaakt en een beroep doet op de tussenkomst van de verzekeraar gaat de chauffeur vijf graden omhoog, anderzijds gaat er ook één graad per jaar af.

Graad 14 komt bij alle verzekeraars overeen met 100 procent van de basispremie. Wie in graad 0, 1 of 2 zit, betaalt slechts 54 procent van die premie. Brokkenmakers in graad 22 moeten daarentegen 200 procent van de basispremie ophoesten.

Alle Belgische verzekeraars passen ditzelfde stelsel toe. En dat ten voordele van de voorzichtige bestuurders. Iets meer dan de helft van alle verzekerden bevindt zich in schaal nul. Anderzijds zit slechts 1 chauffeur op de 100 in schaal 15 of hoger.

Toch staat de bonus-malus al jaren ter discussie. Volgens de Europese Commissie gaat het om onderlinge afspraken tussen de verzekeraars en die zijn in strijd met de vrije concurrentie.

De Belgische verzekeraars gingen daar lange tijd niet mee akkoord. Ze argumenteerden dat het bonus-malussysteem 'van openbare orde' was. Daarmee bedoelden ze dat het noodzakelijk was voor de goede werking van onze maatschappij. Het stelsel was opgezet om slechte autobestuurders te bestraffen en goede chauffeurs te belonen, heette het.

Toch buigen de verzekeraars nu het hoofd. Nog dit jaar wordt een koninklijk besluit gepubliceerd dat de band tussen de bonus-malusregeling en de tarievenschaal doorknipt. Het treedt midden volgend jaar in werking. Tegen 2003 zou er van de schaal geen sprake meer zijn. In de overgangsperiode krijgen de verzekeringsmaatschappijen de tijd om een nieuw systeem te ontwikkelen.