40 % scholieren surft op het net

GENT -

BR>

Kersvers onderzoek van de Universiteit Gent toont aan dat 40 % van de Vlaamse scholieren uit het 4de t.e.m. 6de leerjaar thuis surft op internet. Dat is veel meer dan tot nu toe gedacht. Bovendien heeft meer dan 80 % van de onderzochte scholieren thuis toegang tot een computer (met of zonder internet). Professor Martin Valcke (UG), coördinator van het onderzoek, juicht computer-initiatieven in het Vlaams lager en middelbaar onderwijs toe, maar waarschuwt, in het licht van deze cijfers: «Er wordt nog te veel 'klassiek' computerles gegeven.»

Net geen 40 % van de Vlaamse lagere scholieren uit het vierde tot en met het zesde leerjaar heeft thuis toegang tot internet. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Gent. Daarmee liggen die scholiertjes verrassend ver voor op het Belgisch gemiddelde (nu ongeveer 18 % regelmatige surfers). En die voorsprong moet dringend vertaald naar de computerlessen.

Afgelopen maart en april vulden 6.635 scholieren uit 114 Vlaamse scholen een vragenlijst in voor CITS, een onderzoek van de Universiteit Gent naar

Computers en Internet, Thuis en op School

.

Have-nots

Enkele interessante cijfers:

- 80,9 % van alle scholieren heeft thuis een computer.

- 48,6 % van scholieren met computer thuis heeft thuis ook internet. Omgerekend naar de hele steekproef is dat 39,3 %.

«We zitten met een sensibiliseringsprobleem, maar dan omgekeerd,» zegt professor Valcke, coördinator van CITS. «Het zijn vaak de

onderwijzers

die achterop lopen. Deze cijfers zijn zo enorm, dat je kan stellen dat bijna alle scholieren van huis uit computerkennis hebben: de groep

haves

is veel groter dan algemeen gedacht. Hoe dat komt? Je moet bedenken dat deze kinderen, allemaal tussen 9 en 13 jaar, relatief jonge ouders hebben. Precies die jonge dertigers springen supersnel op de boot als het op internet aankomt.»

PC/KD

De verrassend grote

e-literacy

(internet-vaardigheid) van onze 9- tot 13-jarigen stelt het onderwijs voor een uitdaging: dat potentieel optimaal gebruiken.

Nu is het wel zo dat de Vlaamse regering in '98 startte met het actieprogramma PC/KD om educatief gebruik van computers te bevorderen. Doel is 1 pc te hebben per 10 leerlingen in het lager en middelbaar onderwijs. PC/KD werd op 8 juni verlengd voor het komende schooljaar. Zeer goed, vindt professor Valcke: «Qua middelbare scholen zitten we tegenwoordig al over de internationale norm van 1 pc per 20 leerlingen, en hoewel het basisonderwijs nog niet zo ver staat, beschikt daar ook al 99,7 % van de scholen over pc's.»

Maar hardware is niet alles. Hoe ermee omgesprongen wordt, is veel belangrijker. En daar levert CITS opnieuw interessante data op.

Eindtermen- 90,5 % van de scholieren gebruikt computers in de klas.- 81,3 % van de scholieren gebruikt computers in de klas voor specifieke leerpakketjes (taal, rekenen, geschiedenis).- 38,6 % van de scholieren gebruikt computers in de klas om info te zoeken (cd-rom encyclopedies, databanken).- 20,8 % van de scholieren gebruikt computers om op het internet te surfen.«PC/KD heeft de voorbije twee jaar tot een sterke inhaalbeweging geleid qua hardware. Maar zoals deze cijfers aangeven, wordt er nog te 'klassiek' computerles gegeven. De computer wordt nu nog te vaak vakondersteunend gebruikt, dus ondergeschikt aan de les. Er moet meer specifiek computervaardigheid aangeleerd worden. Nu gebeurt dat voor maar 38 % van de scholieren, en surft maar 20 % van de scholieren. Nochtans is het aanleren van die vaardigheden expliciet ingeschreven in de nieuwe eindtermen.»

REN

«Er wordt nu nog veel te weinig nagedacht over het gebruik van internet in het onderwijs. Zo zou je kunnen werken aan informatiepakketjes, specifiek voor ouders, over bijvoorbeeld het huiswerk van hun kinderen. Er moet dringend gewerkt worden aan een link tussen school en thuis,» beklemtoont professor Valcke.

Maar naarmate het aantal schoolcomputers toeneemt, groeit ook de druk op de informaticacoördinatoren in de scholen. Die vervullen die coördinerende taak - installeren, repareren, websites maken en onderhouden - vandaag immers in principe nog náást een 'gewone' leraarsjob.

Soelaas komt er vanaf september, in de vorm van vijf RENs (Regionale Expertise Netwerken), één per Vlaamse provincie. «De RENs zullen technische ondersteuning en navorming bieden aan scholen binnen die provincie,» zegt Jo de Ro, adviseur van onderwijsminister Marleen Vanderpoorten. «Elk REN is netoverschrijdend, en beschikt over grote autonomie. Zo krijgen ze samen 75 miljoen in het eerste jaar en 50 miljoen in het tweede, maar mogen ze zelf beslissen of ze dat meer besteden aan personeel en minder aan materiaal, of vice versa.»

Aangeboden door onze partners