Spaanse telecomkeizer tuimelt van zijn troon

De machtigste zakenman van Spanje is niet langer de machtigste zakenman van Spanje. Juan Villalonga, topman van telecomgigant Telefonica, moest gisteren het veld ruimen. Hoogmoed komt voor de val? Of toch weer 'cherchez la femme'?

Marc VAN DE WEYER

BR>

Er bestond al enige tijd onzekerheid over Villalonga's positie. De voormalige schoolkameraad van de Spaanse premier José Maria Aznar wordt verdacht van aandelenhandel met voorkennis. Aznar leeft sinds enige maanden in onmin met Villalonga. Volgens Spaanse kranten kan deze laatste met een gouden handdruk van zo'n 900 miljoen frank vertrekken.

Big Brother

Met Villalonga verdwijnt de man die Telefonica van een Spaans staatsbedrijf omvormde tot een wereldholding. Steeds weer nieuwe bedrijven werden onder Villalonga's napoleontisch commando opgeslokt. Intussen is Telefonica de nummer 1 van de telecommunicatie in de Spaans en Portugees sprekende wereld; de sterkste speler op de tv-markt van het Iberisch schiereiland en Argentinië; de belangrijkste internetprovider van Spanje.

Recent kocht hij een van de belangrijkste Amerikaanse internet-dienstenleveranciers, de zoekmachine Lycos. Die aanschaf kostte Telefonica 480 miljard frank - wat de aandeelhouders deed steigeren. Ruim 200 miljard frank mocht de overname van de Nederlandse mediaproducent Endemol (maker van het voyeursprogramma Big Brother) kosten.

Een aankoop die eveneens stof deed opwaaien, was die van de pas uit Brussel vertrokken EU-telecom-commissaris Martin Bangemann. Die werd vanwege de financiële voorwaarden van zijn adviseurschap bij Telefonica tot de Ronaldo van de telecombusiness omgedoopt.

Vriend en vijand

Om contant geld zat Villalonga nooit verlegen. Onder zijn bewind verzesvoudigde de waarde van de Telefonica-aandelen, naar zo'n 300 miljard frank. Volgens zijn critici dankt Villalonga zijn opkomst en succes echter niet zozeer aan zijn zakelijk genie dan wel aan zijn nauwe banden met de politieke macht. Vast staat dat hij in '96 aan het hoofd van Telefonica benoemd werd door zijn schoolmakker José Maria Aznar, de toen kersverse conservatieve premier van Spanje.

De vriendschap is sindsdien echter zeer bekoeld: vooral nadat Villalonga begin dit jaar, kort voor de parlementsverkiezingen, zichzelf en de Telefonica-top met aandelenopties (in zijn eigen geval voor zo'n 600 miljoen frank) beloonde, ondanks een dringend verzoek van Aznar om dat niet te doen. De linkse oppositie maakte dankbaar gebruik van dit gulle gebaar. Bij de gebruikers van de dure en slome Telefonica-diensten, de gewone Spaanse Telefonica-klanten, is Villalonga toch al niet populair. Aznar nam afstand van zijn schoolkameraad; sinds zijn herverkiezing is hun vriendschap omgeslagen in openlijke rivaliteit.

De premier verklaarde zich bijvoorbeeld voorstander van het heropenen van een gerechtelijk onderzoek naar handel met voorkennis, een beschuldiging die door de krant El Mundo aan het adres van Villalonga geuit was.

Dameskwestie

En dan is er nog de vrouwenkwestie. In 1998 liet Villalonga zijn vrouw Concepcion Tallada in de steek voor de Mexicaanse schoonheidskoningin Adriana Abascal, met wie hij in Miami - de tweede hoofdstad van zijn imperium - ging samenwonen. Ana Botella, de invloedrijke en temperamentvolle echtgenote van premier Aznar en een vriendin van de eerste mevrouw Villalonga, zou bij die gelegenheid duidelijk gemaakt hebben dat Villalonga geen voet meer over de drempel van huize Aznar zou zetten.

Eerder dit jaar liet Aznar Villalonga merken dat hij een prijs moest betalen voor zijn 'arrogantie'. Toen Telefonica en het Nederlandse KPN een fusie aankondigden, speelde de Spaanse regering haar gouden aandeel uit en blokkeerde de deal, tot grote woede van Villalonga.

De soap lijkt voorlopig in diens nadeel beslecht, maar daarmee is over het slot nog niets gezegd.