Metaalsector Limburg telt minder arbeiders

Het aantal jobs in de Limburgse metaalsector is het voorbije jaar licht gedaald. Dat blijkt uit cijfers die werden bijeengesprokkeld door ACV-Metaal Limburg. Eind 1999 waren er in de Limburgse metaalnijverheid 20.673 arbeiders en 4.771 bedienden aan de slag met een voltijds vast contract. Dat is wat de arbeiders betreft een daling met 1.649 banen en bij de bedienden een stijging met 250.

Guido CLOOSTERMANS

BR>

Als we geen rekening houden met de herstructurering van Ford Genk, telt de sector nagenoeg evenveel werknemers als in 1998.

De cijfers vertegenwoordigen meer dan 85 procent van de tewerkstelling in de sector en maken duidelijk dat de tewerkstelling er sinds 1995 zo goed als constant gebleven is, met een kleine uitschieter in 1997, toen voor het eerst meer dan 22.000 arbeiders een vaste job hadden.

Als we de cijfers bekijken zonder Ford Genk dan heeft de metaalsector het de voorbij jaren opmerkelijk goed gedaan. Ford Genk is namelijk goed voor ruim de helft van de Limburgse tewerkstelling in de metaalnijverheid. Met de toelevering bijgerekend nog meer. De jobs die Ford Genk verloren gingen, werden door andere bedrijven ruimschoots gecompenseerd. In 1995 waren in de sector - zonder Ford - 8.968 arbeiders aan de slag. Vijf jaar later telde de metaal 11.639 werknemers. Volgens provinciaal secretaris Gerard Ignoul van ACV-Metaal heeft die stijging ook te maken met de toename van toeleveranciers van Ford Genk die zich in Limburg zijn komen vestigen. Gerard Ignoul: «Wij verwachten trouwens dat de cijfers op het einde van dit jaar opnieuw zullen stijgen, omdat de bedrijven die zich achter Ford Genk hebben gevestigd op het industrieterrein - zoals Lear en Textron - dan op volle capaciteit draaien.»

Bedienden

De toename van het aantal bedienden in de metaalverwerking heeft volgens ACV-Metaal onder meer te maken met het feit dat heel wat geschoolde arbeiders tegenwoordig een bediendencontract krijgen aangeboden. Emiel Beylemans: «Een bediendencontract geeft nog altijd de indruk van relatieve werkzekerheid. Bovendien kunnen bedienden iets minder vlot weg bij een werkgever dan arbeiders. Vandaar dat werkgevers hooggeschoolde arbeiders aan zich willen binden door hen een bediendencontract aan te bieden.»

Opvallende cijfers ook bij de tijdelijke werknemers. Ten opzichte van 1998 is vooral het aantal stagiairs afgenomen. Dat zou te maken kunnen hebben met de nieuwe wet op de startbanen, waar heel wat bedrijven op lijken te wachten. De contracten met beperkte duur namen echter gevoelig toe, van 923 in 1988 tot 1.507 vorig jaar. Aan de andere kant daalde de interimarbeid. Over het hele jaar gespreid was de interimarbeid in Limburg vorig jaar goed voor 650 jobs. De 462.142 overuren die vorig jaar werden geklopt, waren dan weer goed voor 264 jobs. De gedeeltelijke werkloosheid, bijna een half miljoen dagen, kwam voor het overgrote deel voor rekening van Ford Genk. Het aantal stempeldagen op Ford Genk brak vorig jaar alle records.