Belgische economie bevindt zich in hoogconjunctuur

De Belgische economie bevindt zich in een hoogconjunctuur, waardoor de toename van het bbp (bruto binnenlands product) dit jaar de 3,8 procent zou kunnen bereiken. Voor volgend jaar wordt een bbp-groei van 3,1 procent verwacht. Bovendien berust de groei op een brede basis van zowel een aantrekkende buitenlandse handel als van een levendige binnenlandse vraag. Dat blijkt uit de cijfers van de economische begroting die het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) meedeelde en die dienen als basis voor de opmaak van de federale begroting voor het jaar 2001.

Belga

BR>Bovendien blijven ondanks deze opvallend positieve cijfers de spanningen beperkt, aldus het INR. Zo zijn de hogere inflatiecijfers die afgelopen maand werden opgetekend, en de hoogste waren in zes jaar, volgens het INR te wijten aan de stijgende invoerprijzen (in het bijzonder de prijs van olie) in combinatie met een lage eurokoers. Het INR verwacht dat dankzij een geleidelijke daling van de olieprijs, de gemiddelde globale inflatie volgend jaar niet hoger dan 1,4 procent zou liggen in vergelijking met 2,1 procent dit jaar. Ook op middellange termijn wordt dankzij een strak monetair beleid geen inflatiestijging verwacht. Ook het aantal bedrijfsinvesteringen zou volgens het INR blijven groeien naar 15,3 procent van het reële bbp. Hiermee wordt het record van begin jaren '90 verbroken.

De binnenlandse vraag daarentegen zou in 2001 dalen van 3,2 procent tot 2,3 procent, vooral door minder kapitaalvorming. De koopkracht van particulieren zou echter gevoelig toenemen (+3,1%).

Minister van economie Charles Picqué heeft deze vooruitzichten omschreven als «een signaal van een duurzame economische ontwikkeling op een niet-inflatoire basis.» In dat kader is de minister van economie van oordeel dat de regering bij de opmaak van de begroting voor 2001, de voorrang moet geven aan een hypothese van voorzichtige groei, net zoals bij de opstelling van de begroting voor 2000.