Na sluiting concurrent is Colle nv enig overblijvende zeemvellenfabriek van België

«Ruwe schapenhuiden uit Nieuw-Zeeland,» zegt Marcel Van Loo meteen. Daarmee is een niet-gestelde vraag beantwoord: waarvan worden zeemvellen gemaakt? Het is niet de eerste keer dat hij ze beantwoordt, want de pers kent de weg naar Deinze: sinds deze week is Colle nv de enig overblijvende zeemvellenfabriek van België.

Frank JACOBS

BR>

Op 21 april sluit Paermentier J.&Co de deuren. Het familiebedrijfje produceerde al sinds '57 zeemvellen. Maar strengere milieuwetten en de opkomst van synthetische vellen deden de firma uit Oeselgem (Dentergem) de das om. Daarmee blijft in België enkel Colle nv uit het naburige Petegem-aan-de-Leie (Deinze) over. Ook een derdegeneratie familiebedrijf.

Marktleider

De toekomst ziet er voor Colle iets beter uit dan voor Paermentier, want Colle is marktleider in de hele wereld: «Ik schat dat we tussen 30 en 40 procent van de wereldmarkt voor zeemvellen in handen hebben. De binnenlandse markt is goed voor slechts 5 procent van onze omzet. De rest gaat naar Europa, Canada, de VS,» zegt Marcel Van Loo, personeelschef. «Elke dag krijgen we uit Nieuw-Zeeland 600 dozijn schapenvellen in gepekelde toestand aan.» Wat betekent dat Colle jaarlijks ongeveer 2 miljoen schapenvellen tot zeemvel verwerkt.

De wereld van het zeemleer is even moeilijk als boeiend. Van Loo: «We verwerken nu aanzienlijk minder schapenvellen als voor enkele jaren. Dat heeft onder andere te maken met de aanvoer uit Nieuw-Zeeland. Is het daar nat, en dus goed graasweer voor de schapen, dan worden er minder schapen geslacht: men laat ze verder kweken. Bij droog weer is er minder te grazen, en worden er meer geslacht. Wat die aanvoer betreft, is er nu een daling.»

Schoenen

Het weer aan de andere kant van de wereld is niet de enige factor waar Colle rekening mee moet houden. Er is ook nog de schoen-industrie. De schoen-industrie? «Wij

splitten

de schapenvellen horizontaal, omdat de bovenlaag te ruw is om als zeemvel gebruikt te worden. Die laag bewerken wij als grondstof voor de schoen-industrie. Maar die slabakt wereldwijd: er worden tegenwoordig minder schoenen gedragen. Waardoor we ervoor moeten zorgen dat onze hardleren stocks niet te groot worden. En bovendien is er op dat vlak steeds meer concurrentie uit de goedkope landen in het Oosten.»

En daar - excusez le mot - wringt het schoentje: «Zeemvellen zijn redelijk duur, maar dat komt omdat de productie zo enorm arbeidsintensief is. Zeemvel is een natuurproduct, en de bewerking daarvan valt moeilijk te automatiseren. Wij stellen 80 mensen te werk; het duurt tien dagen eer een schapenvel een gebruiksklaar zeemvel is.»

Staarten

Aan de splitmachine alleen al werken tien mensen. Eer het vel daar passeert, zijn de vellen al gezwollen om ze splitbaarder te maken. Daarna worden ze voorgelooid, drooggeperst en in trommels met vis- of walvisolie te looien gelegd, tot 22 uur, bij 45 graden. Tenslotte worden ze 'geslijpt', om de laatste grofheden te verwijderen.

«Een ideaal zeemvel is absorberend, niet te licht, en vooral mals en soepel. We hebben vroeger wel eens Franse en Australische schapenvellen gebruikt, maar de Nieuw-Zeelandse zijn het beste. Waarom? Wel, het beste zeemvel komt van het gezondste schaap...»

Overigens komt er nog wat meer uit Kiwi-land overgevaren dan de vellen alleen: «Voor we ze in de machines steken, moeten we de vellen eerst nog ontdoen van poten en staarten. Anders blijven ze haperen in de machines...»

Eén schapenvel levert gemiddeld 2,3 zeemvellen op van 3 voet. Gerekend op 2 miljoen schapenvellen per jaar, komt dat neer op een jaarproductie van 4,6 miljoen zeemvellen per jaar. Stuk voor stuk natuurlijk, en van de hoogste kwaliteit: «Ook na het slijpen worden de vellen nog behandeld: de oneffenheden worden verwijderd, zodat het vel zo zacht mogelijk is.»

De volgende keer dat u aan het poetsen bent, bedenk dan dat u niet de énige bent die door dat zeemvel aan het zweten bent geraakt...