België veroordeeld in Straatsburg voor te trage procedure

Print
Ons land is dinsdag voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg veroordeeld voor een buitensporig trage procedure van een commerciële rechtszaak. België moet 4.000 euro betalen aan elk van de eisers, namelijk de Antwerpse bvba Nalimmo en haar gedelegeerd bestuurder.
De Belgische staat is al meermaals veroordeeld in Straatsburg voor het schenden van het recht op een rechtvaardig proces binnen een redelijke termijn.

Bij een geschil tussen de bvba Nalimmo en een kredietmaatschappij, sprak de handelsrechtbank van Antwerpen op 29 juni 1994 een vonnis bij verstek uit. Nalimmo moest een miljoen euro betalen. Op 2 oktober 1995 spanden Nalimmo en haar gedelegeerd bestuurder een procedure in tegen hun advocaat. Ze argumenteerden dat hij zijn plicht tot verdediging niet had vervuld door niet voor de rechtbank te verschijnen.

De rechtbank van eerste aanleg oordeelde op 4 maart 1999 dat de advocaat geen fouten had gemaakt. Dit werd op 29 januari 2001 door het hof van beroep bevestigd. Het hof was van mening dat de advocaat uit strategische overwegingen ervoor koos niet te verschijnen. Ook het Hof van Cassatie was op 6 mei 2004 dezelfde mening toegedaan.

Dinsdag oordeelde het EHRM dat er sprake is van een schending van het recht op een rechtvaardig proces binnen een redelijk termijn. "Noch de complexheid, noch het gedrag van de eisers verklaren de lange duur van de procedure", aldus het Hof.

Het Hof oordeelde dat er geen verband is tussen deze trage procedure en de materiële schade die eisers aanvoerden. Zij vroegen een schadevergoeding van 1.163.000 euro. Uiteindelijk kende het Hof een schadevergoeding toe van 4.000 euro voor elk van de eisers