UCI vraagt dopingzondaar Riis gele trui in te leveren

Print
De Deense ex-wielrenner Bjarne Riis heeft vrijdag tijdens een persconferentie in Kopenhagen toegegeven dat hij epo heeft gebruikt tijdens de Ronde van Frankrijk van 1996, die hij won. "Ik heb mij gedopeerd. Ik nam epo."
"Ik neem hiervoor de volledige verantwoordelijkheid op mij", verklaarde Riis, die momenteel ploegleider is van ProTour-team CSC.

De biecht van Riis komt een dag nadat twee van zijn gewezen ploegmaats van bij Telekom, Erik Zabel en Rolf Aldag, vergelijkbare bekentenissen aflegden. Eerder op de week gaven ook al ex-renners Bert Dietz, Christian Henn en Udo Bölts toe dat ze zich tijdens de jaren '90 gedopeerd hadden als lid van Telekom.

De bal ging eind vorige maand aan het rollen toen gewezen verzorger Jef D'Hont in zijn boek 'Memoires van een wielerverzorger' beschreef hoe binnen Team Telekom tijdens de jaren '90 dopinggebruik werd georganiseerd.

Aanvankelijk ontkenden alle betrokkenen, maar de voorbije dagen kwamen er dus steeds meer bekentenissen.
Alleen gewezen teammanager Walter Godefroot en ex-Tourwinnnaar Jan Ullrich blijven de beschuldigingen voorlopig ontkennen.

De Internationale Wielerunie (UCI) nodigt Bjarne Riis uit om zijn gele trui, symbool voor zijn overwinning in de Tour van 1996, opnieuw in te leveren.
Riis bekende vrijdag dat hij tussen 1993 en 1998 doping heeft genomen en dat zijn Tourzege er kwam op basis van epo-gebruik.

"Hoewel de Wereldantidopingcode dit niet voorziet, vraagt de UCI de gewezen renner met aandrang om zijn gele trui, die zijn zege symboliseert, opnieuw in te leveren", klinkt het in een communiqué.