Economen niet overtuigd van vlaktaks

Print
De invoering van een vlaktaks heeft een positieve impact op het arbeidsaanbod, maar dat is beperkt tot 43.000 nieuwe werknemers.
Dat blijkt uit een studie van André Decoster en Kristian Orsini, economen van de KULeuven. Vorige week stelden de liberale regeringspartijen Open Vld en MR hun plannen voor een nieuwe verlaging van de personenbelasting voor. In afwachting van een vlaktaks moet volgens de liberalen het aantal tarieven verminderd worden van vijf naar drie en moet de belastingvrije som worden opgetrokken. De liberalen schatten de terugverdieneffecten op 30 procent. De verlaging van de personenbelasting zou dus geen 4,6 miljard euro , maar netto slechts een goede 3 miljard euro kosten.

Decoster en Orsini onderzochten wat de terugverdieneffecten van de invoering van een vlaktaks zijn. Twee jaar geleden was al uit een studie van diezelfde Decoster en Guy Van Camp gebleken dat door de invoering van een vlaktaks de inkomensongelijkheid vergroot. Het netto-inkomen van de armste gezinnen daalt en de koopkracht van de rijkste gezinnen stijgt. Ze kwamen tot die conclusie na onderzoek van 22.371 fiscale aangiften. Daaruit bleek dat de huidige personenbelasting wel degelijk herverdeelt, maar dan van rijk naar arm.

Volgens de onderzoekers laten de terugverdieneffecten toe het vlaktakstarief op 38 procent te brengen, 1 procent lager dan indien er geen rekening mee wordt gehouden. Ze gaan er wel van uit dat de invoering van een vlaktaks budgettair neutraal is. Een niet-budgettair neutrale vlaktaks van 35 procent kost 3,5 miljard euro en levert ongeveer 1 miljard euro op aan terugverdieneffecten, zo berekenden ze. Een dergelijke vlaktaks moet bijgevolg gecombineerd worden met besparingen in de overheidsuitgaven.