'Geen bewijzen tegen verdachte zaak Remmery'

Print
Het Kortrijkse parket vraagt dat een verdachte in de zaak-Remmery buiten vervolging wordt gesteld. Het gaat om een 58-jarige man uit Ledegem die in mei 2005 een tijdlang in voorhechtenis zat. Hij wordt ervan verdacht anonieme dreigbrieven naar het delicatessenbedrijf te hebben verstuurd.
Volgens het parket zijn er onvoldoende bezwarende elementen tegen de man. De raadkamer zal vermoedelijk na het zomerverlof een eindoordeel vellen.

Het parket vraagt ook eventuele onbekenden buiten vervolging te stellen, hetgeen betekent dat het hele onderzoek waarschijnlijk op niets zal uitdraaien.

De eerste dreigbrief viel halfweg november 2004 in de bus bij Remmery. In de brief eiste de schrijver dat een allochtone werkneemster haar hoofddoek zou afdoen op de werkvloer. Indien ze dat niet deed eiste hij haar ontslag. Daarna volgden nog zeven brieven, maar zaakvoerder Rik Vannieuwenhuyse heeft steeds geweigerd erop in te gaan.

Van de Ledegemnaar vonden de speurders op een postzegel een gemengd DNA-spoor, maar dat heeft volgens het parket onvoldoende bewijskracht om de brieven ook daadwerkelijk aan de man toe te schrijven.