Monet schilderde niet abstract, maar zag gewoon slecht

De vader van het impressionisme, Claude Monet, leunde op het einde van zijn leven niet aan bij de abstracte kunst, maar had gewoon last van cataract.

Belga

Dat blijkt uit onderzoek van een Amerikaanse oogarts. Volgens Michael Marmor, professor oogheelkunde aan de universiteit van Standford, wilden noch Claude Monet (1840-1926, foto toont zijn werk "Kliffen van Dieppe"), noch Edgar Degas (1834-1917) van stijl veranderen op het einde van hun leven en abstract gaan schilderen. Ze leden gewoon aan oogziekten.

Monet kampte met cataract en Degas had last van een degeneratieziekte aan de ogen, aldus de professor, die via een computersysteem met filter en op basis van documenten uit die tijd probeerde te reconstrueren wat de twee schilders zagen.

Volgens Marmor, wiens bevindingen gepubliceerd werden in The Archives of Ophtalmology, merkten de tijdgenoten van de schilders dat ze op het einde van hun leven op een ruwe manier schilderden, in tegenstelling tot in hun vroegere werk.

Degas, wiens zicht er op achteruit ging tussen 1860 en 1910, schilderde op een alsmaar primitievere manier en de contrasten werden steeds minder duidelijk. Bij Monet, die op het einde van zijn leven geopereerd werd, maakte cataract zijn zicht troebel en tastte zijn vermogen aan om kleuren te onderscheiden, aldus de studie. De kleuren in zijn latere werk zijn dan ook bijna allemaal geelachtig en somber.