Al-Sadr zoekt toenadering tot soennieten

Print
De sjiitische leider Moqtada al-Sadr heeft vrijdag verklaard dat hij bereid is samen te werken met de soennieten. Het is volgens hem dus ook niet langer opportuun dat de Verenigde Staten aanwezig blijven in Irak.
Bij zijn eerste toespraak sinds oktober 2006 beschuldigde al-Sadr de Verenigde Staten ervan de Irakezen uit elkaar te drijven. Hij eiste dat er een kalender wordt opgesteld voor de terugtrekking van de buitenlandse troepen uit Irak.

De geestelijke leider vertelde zijn sjiitische aanhangers dat de gevechten tussen Iraakse fracties "verboden zijn door de godsdienst". Al-Sadr richtte zich rechtstreeks tot de soennitische gemeenschap en verklaarde bereid te zijn met hen samen te werken "op alle niveaus".

Al-Sadr was sinds oktober 2006 niet meer in het openbaar verschenen. De voorbije maanden was er discussie over de verblijfplaats van de sjiitische leider. Volgens zijn aanhangers was hij nog altijd in Najaf, maar de Verenigde Staten gingen ervan uit dat de man naar Iran was vertrokken.

Moqtada al-Sadr is een van de grote tegenstanders van de Amerikaanse aanwezigheid in Irak. Hij heeft weinig aanhangers bij de sjiitische bevolking, maar hij is de aanvoerder van het leger van Mahdi, dat tussen de 10.000 en de 60.000 soldaten telt.
Zijn beweging heeft bovendien 32 van de 275 zetels in het parlement, wat haar tot de grootste sjiitische beweging in het Iraakse parlement maakt.