Ooggetuige laatste levensuren blauwhelmen getuigt

Print
Voor het assisenhof in Brussel heeft donderdag een Rwandese onderofficier getuigd die in kamp Kigali was toen de Belgische blauwhelmen er zijn vermoord. De man vertelde voor het hof over de laatste uren van de Belgen.
Toch kon hij het hof niet wijzer maken over de rol die de beschuldigde in dit proces, de Rwandese ex-majoor Bernard Ntuyahaga, daarin heeft gespeeld. De ochtend van de moorden, op 7 april 1994, heeft hij Ntuyahaga alvast niet gezien.

Beschuldigde Bernard Ntuyahaga vervoerde de blauwhelmen in een minbusje. Hij bekent dat maar hij zegt dat hij daarna kamp Kigali verliet in zijn eigen wagen.

De getuige van donderdagmorgen kon niet zeggen wie bij de blauwhelmen in de minibus zat. Hij zag hen slechts van ver. Hij wist niet wie achter het stuur zat of wie hen heeft begeleid. Wel herinnerde hij zich dat de soldaten op de grond moesten gaan zitten.
"Ze leken niet op hun gemak. Het leek ook alsof ze schrik hadden omdat ze hun wapens hadden moeten afgeven", benadrukte hij.

Volgens de getuige deed zo'n 15 tot 20 minuten later het gerucht de ronde dat die Belgische soldaten het presidentieel vliegtuig hadden neergehaald. Daarop werden ze aangevallen. Sommigen vielen op de grond terwijl anderen weg zijn gevlucht in het bureau van de VN-waarnemer die permanentie had in het kamp. Deze werd geslagen en toen hij zijn mobiele telefoon wilde gebruiken, werd die hem afgenomen.

Kolonel Nubaha, die de leiding had over het kamp, probeerde volgens de ooggetuige tevergeefs de Rwandezen tot bedaren te brengen en hen te doen stoppen met de Belgen neer te slaan. Hij werd weggeduwd en de getuige zag hem zijn bureau terug opzoeken.

Granaten

Een gewapende Rwandees probeerde het lokaal binnen te gaan waar de Belgen naartoe waren gevlucht. Een Belgische blauwhelm kon hem zijn wapen afnemen. De blauwhelm die nog het langst heeft geleefd, kon zo gedurende twee uur lang weerstand bieden aan de Rwandezen.

"Toen de Rwandezen granaten naar binnen gooiden, heeft hij zich beschermd met de lijken van zijn kompanen. Zo bleef hij ongedeerd. Daarop hebben de Rwandezen een zwaarder wapen gehaald en hem neergeknald", aldus de getuige.

Hij legde voorts uit dat de Rwandese militairen fier waren dat ze de Belgen hadden omgebracht. Hij zegt niet te begrijpen waarom de officieren ter plaatse de wacht niet hebben opgebeld toen de blauwhelmen werden aangevallen. "Ze hadden de wacht moeten verwittigen om de moorden te stoppen".

Volgens de verdediging van de blauwhelmen toont deze getuigenis eens te meer aan dat de militairen op voet van oorlog stonden op 7 april terwijl de beschuldigde voorhoudt dat hij enkel zijn zijn administratieve taken vervulde.

De advocaat van de beschuldigde benadrukte opnieuw dat Bernard Ntuyahaga de blauwhelmen enkel naar het kamp bracht.