Lager opgeleide man heeft 5,5 jaar minder te leven

Print
In België bestaan er grote verschillen inzake gezondheid en die worden mee veroorzaakt door het opleidingsniveau van de Belgen.
Een laaggeschoolde sterft drie tot vijf jaar vroeger dan een hooggeschoolde en heeft zelfs 18 tot 25 minder gezonde jaren voor de boeg dan een hooggeschoolde. Dat meldt de Koning Boudewijnstichting donderdag in een persbericht.

Een kind met twee werkloze ouders heeft ongeveer de helft meer kans op vroeggeboorte en een laag geboortegewicht en heeft zelfs dubbel zo veel kans om dood geboren te worden dan een kind met tenminste één ouder die als bediende werkt.

En lager opgeleide mannen in de leeftijdscategorie 40 tot 49 jaar hebben ongeveer twee keer meer kans op overlijden door longkanker dan hoger opgeleide mannen. Met deze voorbeelden wil de Koning Boudewijnstichting aantonen dat de gezondheid in ons land zeer ongelijk verdeeld is.

Er is een systematisch verband tussen het opleidingsniveau en de sociale status enerzijds en de gezondheid anderzijds. Het Belgisch Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid berekende dat een vrouw die geen enkel diploma op zak heeft op haar 25ste een leven mag verwachten dat 3,5 jaar korter zal zijn en zowat 25 gezonde jaren minder zal bevatten dan dat van leeftijdgenoten met een universitair diploma. Mannen in dezelfde situatie zullen 5,5 jaar minder lang leven en zullen zowat 18 jaar minder gezond leven.

Dat lager opgeleide mensen minder gezonde levensjaren doormaken, is vooral te wijten aan ziekten zoals artritis, rugklachten, hartziekten, beroertes, astma en chronische obstructieve longziekte. Hun levensverwachting vermindert vooral door doodsoorzaken waarop preventie een belangrijke invloed heeft, zoals levercirrose, darmkanker, zelfmoord en ongevallen.