Is Ford het toneel van een Brits-Duitse oorlog?

Is autoconstructeur Ford momenteel het toneel van een Duits-Britse oorlog? En wordt Genk het slagveld waar die oorlog wordt uitgevochten? Met het aanhoudende gerommel binnen de tweede grootste autobouwer ter wereld stellen analisten steeds luider de vraag: wat is er nu van?

Guido CLOOSTERMANS

BR>Sinds gisteren heeft Ford er een nieuw probleem bij: de Engelse vakbond MSF gaat drie etmaalstakingen bij de bedienden organiseren maar daar houdt het niet mee op. Het Britse Dagenham is immers niet langer

leading plant

(pilootfabriek) van de nieuwe Fiesta, die status is voortaan voor Keulen. Vic Heylen, auto-analist bij IMO-Leuven: «Ford speelt paniekvoetbal, maar vroeg of laat moet er iets gebeuren.»

De onheilsboodschappen hebben zich bij Ford de laatste maanden opgestapeld. Eerst was er de uitspraak van Rolf Zimmermann, productiechef en Duitser, dat er nog een Ford-fabriek dicht zou moeten. Lang voordien had de toenmalige grote baas van Ford al gezegd dat er in Europa een fabriek te veel was. Zimmermann viseerde vooral de Britse fabrieken, zo was toen in kringen van het Ford-management te horen.

Na de bekendmaking van de teleurstellende jaarresultaten sprak een financiële topman van Ford over bezuinigingen en mogelijke sluitingen. En dan was er vorige week de uitlating van Nick Scheele, topman van Ford Europe en Engelsman, die zich liet ontvallen dat Southampton wel eens belangrijker kon worden dan Genk voor de productie van de Transit. Tezelfdertijd moest Wolfgang Reitzle - de Duitser die aan het hoofd staat van de luxemerken van Ford - in Halewood brandjes blussen en de geruchten ontkennen dat de Jaguar X400, zeg maar de baby-Jag, dan toch niet in Halewood zou geproduceerd worden.

«Paniekvoetbal,» vindt analist Vic Heylen. «Maar ze kunnen bij Ford natuurlijk niet blijven luchtballonnetjes oplaten. Vroeg of laat moet er wel iets gebeuren.» Vic Heylen vindt de problemen van Ford vergelijkbaar met die van Opel. «Vroeger maakte Ford in Europa een miljard dollar winst per jaar, nu lijden ze verlies, en dat doet de Amerikanen natuurlijk panikeren.»

Problemen

De problemen van Ford zijn dan ook groot. Vic Heylen: «Het bedrijf is niet alleen verlieslatend, het zit ook nog eens met een boel overnames - onder meer Volvo - die moeten geïntegreerd worden. Blijkbaar wordt nu vanalles geprobeerd, maar het lijkt allemaal weinig samenhangend.»

Vic Heylen verwacht dat de echte problemen trouwens pas binnen enkele jaren beginnen. «Momenteel worden in Europa 15 miljoen auto's geproduceerd. De sector zit daarmee echt aan een plafond. Binnen enkele verwacht men een daling, naar verwachting met twee tot drie miljoen. Dan zullen de problemen zich in alle hevigheid stellen. We hebben die situatie in het verleden ook meegemaakt en toen werd ook over de sluiting van Genk gesproken.»

Vooral de Ford-organisatie in Engeland heeft de laatste jaren zware klappen gekregen. Het marktaandeel van Ford daalde er van meer dan 20 procent naar kleine 17 procent. Tegelijkertijd verhuisde het zwaartepunt van de organisatie van Engeland naar Duitsland en kon de sluiting van Halewood worden afgewend door de fabriek intern aan Jaguar te

verkopen

. Bovendien hadden Engelse Ford-fabrieken de voorbije jaren een belabberde reputatie opgebouwd op vlak van productiviteit en efficiëntie. Vic Heylen: «Maar er was verbetering, want in Dagenham werd zwaar geïnvesteerd in de motorenfabriek.» Ook Southampton, waar de Transit wordt geproduceerd, deelde in de klappen ten voordele van Genk.

Dat voor de productie van de Fiesta het zwaartepunt van Dagenham naar Keulen verschuift, hoeft geen probleem te zijn. Vic Heylen: «Ook Vilvoorde was pilootfabriek voor de Mégane en je ziet wat er gebeurd is.» Dat een Engelse krant in dezelfde periode bloklettert dat de Mondeo-productie gedeeltelijk naar Keulen wordt overgebracht, past dan weer in het spelletje pingpong dat de Engelsen en Duitsers spelen.

Aangeboden door onze partners

Hoofdpunten

Aangeboden door onze partners

Beste van Plus

Lees meer