'Werkloosheidstransfer Noord-Zuid ruim 900 miljoen euro'

Print
De transfer inzake werkloosheid van noord naar zuid blijft stijgen en bedraagt nu meer dan 900 miljoen euro. Dat leidt Ludwig Caluwé, CD&V-fractieleider in het Vlaams parlement, af uit het jaarverslag van de RVA dat maandag werd voorgesteld.
De RVA besteedde in 2006 bijna 8,2 miljard euro uit aan uitkeringen (de uitgaven voor de dienstencheques niet meegerekend). Daarvan ging bijna 4 miljard euro (48,7 procent) naar Vlaanderen, 3,2 miljard euro (39,6 procent) naar Wallonië en 960 miljoen euro (11,7 procent) naar Brussel. De dienstencheques meegerekend stijgt Vlaanderen licht tot 49,8 pct van de uitgaven.

"In Vlaanderen zijn er relatief minder 'echte' werklozen", zegt Caluwé. Zo gaat van de uitkeringen voor volledige werkloosheid maar 41,7 pct naar Vlaanderen en 43,5 pct naar Wallonië. In andere uitkeringstypes zoals brugpensioen en loopbaanonderbreking is Vlaanderen oververtegenwoordigd (met telkens goed twee derde van de uitgaven), maar "alles bij mekaar ligt het Vlaamse aandeel in de RVA-uitgaven een stuk lager dan wat men zou verwachten op basis van demografische verhoudingen", aldus de CV&V'er. Vlaanderen telt 58 pct van de Belgische bevolking, Wallonië 32,6 pct en Brussel 9,4 pct, aldus de RVA.

Caluwé berekent hoe de RVA-uitgaven eruit zouden moeten zien op basis van "de verdeling van de tegen werkloosheid verzekerden". Op basis daarvan zou Vlaanderen minimum 900 miljoen euro meer ontvangen en Wallonië en Brussel respectievelijk 720 en 180 miljoen minder, stelt hij.

"De transfers in de werkloosheid in ruime zin zijn sinds 2000 (toen 480 miljoen euro) gestegen met 87,5 procent. Hierbij is dan nog abstractie gemaakt van een verschillende inspanningen in de financiering van de RVA-uitgaven. In Vlaanderen worden relatief meer sociale bijdragen geïnd dan in Wallonië en Brussel", besluit Caluwé.