Rechtbankvoorzitter A'pen staat achter debat rond hoofddeksel

Print
Ivo Moyersoen, voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg in Antwerpen, vindt het goed dat er gedebatteerd wordt over het al dan niet dragen van hoofddeksels tijdens rechtszaken.
"Zeker als dit tot meer duidelijkheid leidt, ook voor de rechtzoekenden. Nu hangt het van rechter tot rechter af of ze hun hoofddeksel mogen dragen of niet, wat voor hen een probleem is", zegt Moyersoen.

Hij reageert daarmee op een incident dat zich donderdag voordeed in de zaal van rechter Walter De Smedt. Die had geweigerd om een joodse man te horen, omdat hij zijn keppeltje niet wilde afzetten.
Eerder hadden er zich bij diezelfde rechter al twee gelijkaardige incidenten voorgedaan met moslims.

Totnogtoe waren er in de Antwerpse rechtszalen nog nooit problemen geweest met hoofddeksels als religieuze symbolen. Maar dat betekent nog niet dat rechter De Smedt over de schreef is gegaan.
"In het Gerechtelijk Wetboek staat nadrukkelijk dat je blootshoofds voor de rechter moeten verschijnen. Rechter De Smedt had dus een juridische grond voor zijn verzoek", zegt Ivo Moyersoen. "Iedere rechter is bovendien onafhankelijk in zijn interpretatie van de wet."

Dat heeft wel als gevolg dat het dragen van een religieus hoofddeksel bij de ene rechter wel wordt toegestaan en bij de andere rechter niet, wat voor verwarring kan zorgen.
"Dat is vooral een probleem voor de rechtszoekende. Daarom is het ook belangrijk dat de hele kwestie in de openbaarheid wordt gebracht en dat er dan misschien wat meer duidelijkheid over kan komen."