Diepenbeekse instelling verantwoordelijk voor dood gehandicapte

Print
De correctionele rechtbank van Tongeren heeft donderdag een afdelingsverantwoordelijke van de instelling Sint-Gerardus in Diepenbeek schuldig bevonden aan onopzettelijke doodslag door een gebrek aan voorzichtigheid. Ook de twee vzw's die de instelling besturen werden veroordeeld.
Een gehandicapte jongen uit de instelling stikte op 7 maart 2001 bijna in een stuk worst, dat hij van een stagiair kreeg. Hij raakte in coma en overleed ruim twee maanden later. De rechter oordeelde donderdag dat het niet gemalen stuk vlees rechtstreeks in verband stond met het overlijden.

De stagiair werd buiten vervolging gesteld, maar de moeder van het slachtoffer daagde de twee vzw's en de afdelingsverantwoordelijke voor de rechter. Een 31-jarige opvoedster, die op het ogenblik van de feiten aanwezig was, werd donderdag vrijgesproken wegens gebrek aan bewijzen.

Hoewel de rechter vond dat er in de instelling geen sprake was van een gebrekkige interne organisatie of onvoldoende toezicht, oordeelde hij dat de twee vzw's de zwaarste fout hadden gepleegd. Er waren immers geen duidelijke procedures die het toedienen van stukken vlees aan de patiënt verhinderden.

Volgens een aanbeveling van het revalidatiecentrum UZ Pellenberg in 1998 moest het voedsel voor de jongen gemalen worden omdat hij met een slikprobleem kampte. In het ziekenhuis werd op de dag van de feiten vastgesteld dat er in de keel van de patiënt een stuk vlees van 2 op 1,5 centimeter zat en dat deze obstructie zijn dood heeft veroorzaakt.

De rechter veroordeelde beide vzw's elk tot 7.500 euro boete, waarvan de helft met uitstel. De vzw's en de afdelingsverantwoordelijke moeten ook solidair een schadevergoeding van in totaal 24.824 euro aan de moeder van de overleden jongen betalen.