'Onze Dennis is dood omdat spoedarts zijn werk niet deed'

Print
Jelle Moens (23) en Usnija Muratovic (24) begraven morgen hun zoontje Dennis. De baby was amper één jaar. ”Als de spoedarts van het Heilig Hartziekenhuis in Lier zijn werk behoorlijk had gedaan, was onze zoon nu nog in leven”, vertelt Jelle.
BR>
Jelle en Usnija zijn afkomstig uit Vorselaar, maar wonen sinds drie weken in een kleine rijwoning in de Vervlietstraat in Lier. Het dak lekt, er staat schimmel op de muren en het basissanitair verkeert in een belabberde staat.
Een flinke verkoudheid bij hun jongste zoon Dennis heeft uiteindelijk hun leven nog verder in de put doen storten.

Het verhaal van de nog altijd zeer geëmotioneerde ouders begint op 3 januari.
”Dennis had nogal veel slijmen in de keel, waarop de huisdokter een aerosolbehandeling voorschreef. Dat leek te helpen, maar na twee dagen begon Dennis over te geven, had hij last van diarree en kreeg hij pijn in de buik. Op 6 januari zijn we naar de spoed van het Heilig Hartziekenhuis gereden. De spoedarts heeft Dennis niet onderzocht. Hij zei dat het een maag- en darmonsteking was en dat het over 48 uur wel beter zou gaan. Hij schreef enkel pilletjes tegen de diarree voor”, vertelt Jelle.

”Toen Dennis zondag wakker werd, heeft hij zijn flesje melk helemaal leeggedronken. Ik moest het wel zelf vasthouden, want hij was blijkbaar niet sterk genoeg om dat zelf te doen. Nadien heb ik hem hier in de woonplaats weer op de matras gelegd. Toen ik een halfuurtje later ging kijken, lag Dennis met zijn ogen open en zijn fopspeen uit de mond. We hebben hem meteen op de rug geklopt, zodat het eten er weer uit kwam. Vervolgens gaf ik mond-opmondbeademing, maar ons kindje reageerde niet meer”, aldus Usnija.

Gestikt in braaksel

”In het ziekenhuis zijn ze nog enkele uren met Dennis bezig geweest, maar de dokters konden hem helaas niet meer redden. De voorlopige conclusie was: het kind is in zijn braaksel gestikt. Hij was te verzwakt om zich om te draaien”, aldus Jelle en Usnija.

Twee dagen na het overlijden heeft Jelle de politie gecontacteerd. Die heeft ervoor gezorgd dat er in een Antwerps ziekenhuis een autopsie werd uitgevoerd. ”De uitslag daarvan hebben we nog niet. Maar is het toeval dat ik sindsdien meermaals per dag gebeld wordt? Telkens rinkelt de telefoon één keer. Wij wonen hier nog maar drie weken, bijna niemand kent ons nummer. Ik wil hier zo vlug mogelijk weer weg.”

Jelle en Usnija zijn vast van plan klacht in te dienen tegen de spoedarts. ”Als hij onze zoon had opgenomen en aan een infuus gelegd, zou hij nooit hebben overgegeven en bijgevolg ook niet gestikt zijn”, aldus Jelle.

Willy Van der Wee, algemeen directeur van het Heilig Hartziekenhuis, wenst geen commentaar te geven. ”Maar elke klacht wordt uiteraard intern onderzocht.”