Marinefraude: "Oversten schoven verantwoordelijkheid af"

Print
Op het proces over fraude met marinegelden voor de correctionele rechtbank van Hasselt spreken de verschillende getuigen elkaar voortdurend tegen.
Wel een constante bij alle getuigenissen is dat iedereen probeert de verantwoordelijkheid van zich af te schuiven. Tijdens het verhoor van beklaagde Johan Claeys, een gepensioneerd kapitein die op het ogenblik van de feiten werkte op de facturatiedienst van de marine, moest de zitting korte tijd geschorst worden, omdat het de man even te veel werd.

Claeys verweet zijn oversten binnen de marine laksheid. Claeys verklaarde facturen "goed voor betaling". "Mijn overste, Reginald Braet (diensthoofd van de facturatiedienst van de marine), was vaak afwezig en had mij de opdracht gegeven facturen te ondertekenen in zijn afwezigheid", verklaarde Claeys.

Eigenlijk was Claeys daar niet voor bevoegd. "Binnen de marine bestond grote laksheid wat de facturatie betreft. De oversten hebben hun verantwoordelijkheid niet genomen en schoven die af op hun ondergeschikten", aldus Claeys.

Over de werken in de Villa Clémentine, de woning van prins Laurent, zei Claeys dat Vaessen de opdracht had gekregen om de prins te steunen. "Vaessen zei me dat we van de admiraal steun moesten leveren aan de prins en dat ik ervoor moest zorgen dat de betalingen zouden gebeuren", zei Claeys. "Ik was luitenant, ik keek op naar de hiërarchie en ik trok dat niet in twijfel." Hij voegde eraan toe dat er inderdaad leveringen waren gebeurd, die gefactureerd werden aan Defensie.

Terwijl Noël Vaessen maandagnamiddag verklaarde dat hij nooit veel contact had met Luypaerts, beweerde Claeys dat er wel degelijk een nauwe samenwerking bestond tussen de twee andere beklaagden. De drie mannen zouden namelijk op het punt gestaan hebben om een eigen bvba op te richten.