Robby Dello staat met STVV voor zespuntenwedstrijd in Geel.

Het seizoen begon schitterend voor Robby Dello. In de Intertotoduels werd de jonge Truiense verdediger steevast bij de uitblinkers vermeld. Na een lichte blessure verdween hij in de maand september even uit beeld. Op Sclessin twee maanden later maakte de 21-,jarige belofte een geslaagd wederoptreden. Sedertdien is Dello vaste keuze, de trainerswissel veranderde niets aan zijn statuut.

Marc CLERINX

BR>

- Even een terugblik. Het komt hard aan, de gelijke zijn van Club Brugge en toch de boot ingaan?

DELLO: «Zeker na de rust stond er maar één ploeg meer op het veld. Je weet ook hé, als je de kansen niet afmaakt, ga je in het voetbal gewoon voor de bijl. Ik begrijp de reactie van het publiek. Men wil doelpunten zien. Terecht, we hadden de kansen om langszij te komen.»

- Het klikt tussen jou en Nicky Hayen, een duo voor de toekomst?

«Echt veel wedstrijden hebben we dit seizoen nog niet samen gespeeld. Nicky behoorde vorig jaar immers nog bij de beloften. Op Standard werden we zo'n beetje voor de leeuwen gegooid. Het liep prima en we bleven staan. Beiden zijn we vrij groot maar het grootste pluspunt is toch dat we allebei leerden verdedigen op één lijn. Wij kregen de tijd met de invallers om deze speelwijze onder de knie te krijgen. Ja, je kan ons best vergelijken met het duo van Lommel, Timmy Simons en Wim Van Diest. Onze opdracht is dezelfde. De nul houden is zowat heilig maar ik voel geen extra druk op de schouders»

- Ben je het afgelopen jaar een betere voetballer geworden?

«Ik heb veel progressie gemaakt. Twee seizoenen geleden woog ik nog zeventig kilo nu bijna tachtig, allemaal spiermassa. Die kracht heb je nodig om centraal in de verdediging overeind te blijven. Bij de overstap naar de A-kern was het anders wel even wennen. Gelukkig kon ik daar terecht bij Rudy Ducoulombier. Ik keek echt op naar hem. Hoewel hij niet van de snelste was, verloor Rudy zelden een duel en ging hij nauwelijks in de fout. Poll Peters liet me ook vaak oefenen om een perfecte 'lange bal' te geven. Belangrijk, want als die goed aankomt, verleg je meteen het spel naar de overzijde en kom je onder de druk uit.»

- De concurrentie is bikkelhard. Er beuken zoveel jongeren op de poort van het eerste elftal. Een nadeel?

«Niet echt. Ik had voor mezelf reeds uitgemaakt dat het dit seizoen alles of niets was. Intussen heb ik bewezen dat ik het aankan. Die basisplaats wil ik zolang mogelijk vasthouden. Voor de club is het zeker positief dat er zoveel jongeren klaar staan voor het grote werk. Je moet echter ook realistisch zijn. Zeven of acht jongeren meteen in de basis droppen, kan gewoon niet. Geluk hoort er zeker bij. Bij de trainerswissel stond ik in het elftal en Willy Reynders liet me staan.»

- De druk is enorm, vanavond mag het niet mislopen in Geel?

«Dat geldt voor beide ploegen, miischien wel meer bij de thuisploeg. Voor mij maakt het niet uit. Ik concentreer me voor elke partij honderd procent. In de laatste vier wedstrijden liep het uitstekend in verdedigend opzicht. Respect hebben we zeker voor Geel maar geen vrees. Hoewel ik er nog nooit gespeeld heb, stap ik vanavond zonder franjes het veld op. Mijn ambitie is velerlei. Ik wil in de ploeg blijven staan zodat de club straks mijn optie zal lichten, het behoud verwezenlijken én de bekerfinale betwisten. Dat heb ik 'Patje' beloofd.»

- De strijd om het behoud lijkt wel een Limburgs en Kempens onderonsje te worden?

«Als ik een keuze moet maken, is die uiteraard snel gemaakt. STVV blijft in eerste klasse, zeker weten. Ik hoop echter dat ook Lommel dit voor mekaar brengt. Voor het Limburgs voetbal zou dit een goede zaak zijn. Er is toch nog meer dan Racing Genk. Eind volgende maand zijn de kaarten geschud. Ik twijfel er niet aan. STVV heeft teveel talent in huis om voor een degradatie in aanmerking te komen.»