Dakar: Ronny Renders, 55, beroepsdopper en de enige echte woestijnrat

De onvoorziene rust is welkom voor Dakarveteraan Ronny Renders, voor wie het afzien al in de eerste rit begon. Smurrie in de benzinetank deed zijn motor elke vijf minuten stilvallen en 150 kilometer lang reed hij met een lekke achterband. Maar Ronny Renders beet door, haalde rond middernacht het bivak en stak rustig een sigaretje op. «Tien

sloefen

, dat is de voornaamste bagage die ik bij heb.»

Marc CORNELISSEN

BR>

Om het uur stoppen om

d'er iene te smoeren

, dat is het Dakar-geheim van veteraan Ronny Renders. «Als Grégoire de Mévius de Dakar wint, is dat met mijn centen. Met wat ik per jaar

smoer

, kan Bastos die auto gemakkelijk betalen,» grapt hij. «Nee, ik ondervind gewoon dat ik beter ben als ik vijf minuten gestopt ben voor een sigaretje. Het is verstandiger, want je kan niet de ganse dag bij de les blijven. Maar ik ga mij rookpauzes toch verminderen. Om het uur is te veel; dan kom je 's avonds altijd in het donker toe.»

Over de Dakar moet je Renders niks meer leren. Auto, vrachtwagen, motor, sitecar, hij heeft het allemaal al gedaan. Hij is er zelfs BV door geworden, zij het maar voor veertien dagen per jaar.

«Vorig jaar heb ik opgegeven. Domweg zonder naft gevallen op een paar honderden meters van de tankwagen, die zijn flitslicht niet aan had. Maar desondanks waren mijn sponsors dik tevreden, want ik had veel pers gehaald. Voor het eerst sinds jaren kreeg ik dit jaar mijn budget volledig rond. Ook al dankzij mijn tombola. Er waren honderd lotjes van 5.000 frank. De winnaar krijgt mijn motor. Die heb ik toch niet meer nodig, want dit is mijn laatste Dakar op twee wielen. Ik ben 55 jaar, dat is oud genoeg op de motor. Maar met de auto kan ik nog vijftien jaar mee.»

Zijn sponsoring mag dan rond zijn, Renders houdt het bij een

low budget-

deelname. Reserve-onderdelen beperkte hij tot een minimum. «Het zijn toch altijd de dingen die je niét bij hebt, die kapot gaan. Marie-Jeanne brengt de reserve-motor mee als ze halverwege op bezoek komt. Haar vliegtuigticket kost evenveel als het vervoer van die motor in een vrachtwagen. Dan liever zo.»

Nieuwe crosslaarzen konden er wel nog vanaf, maar daar had Renders voor de start al spijt van. «Mijn oude zitten veel beter. Dat modern spul past slecht, zeker doordat mijn voeten voor de start al opgezwollen waren door insectenbeten. Ik had Marie-Jeanne moeten meebrengen; normaal steken die beesten haar altijd eerst. Vroeger reden we samen in de sitecar. We maakten in die drie weken veel minder ruzie dan thuis. Maar met twee is het te duur, want ze rekenen het inschrijvingsgeld tegenwoordig per persoon aan. Daarom wordt mijn buggy die ik voor volgend jaar klaarmaak een eenzitter.»

Aankomen is het enige dat telt voor Renders. Het klassement is bijzaak.

«De Dakar is voor mij het evenement van het jaar. Het toffe is dat je zelf je uitdaging bepaalt. Voor mij is dat elke dag binnen de tijdslimiet het bivak halen. Ik rij niet voor een klassement, maar het wedstrijdelement speelt toch een grote rol. Als ik de limiet niet haal en uit koers gezet word, ga ik naar huis. Zoals Felice het parcours verder volgen buiten de wedstrijd interesseert me niet.

Dan vreet ik mijn kas te hard op.

Dat is het mes nog eens ronddraaien in de wonde. Nee, gedaan is gedaan.»