«Aantal autoproducenten is aan halvering toe»

BRUSSEL - De fusiegolf van de afgelopen jaren heeft het aantal autoproducenten al tot twintig herleid. De komende jaren zal de autosector kunnen profiteren van de positieve economische conjunctuur, maar er blijft nog altijd een flinke overcapaciteit. De studiedienst van de BBL verwacht dat het aantal producenten in de komende jaren nog eens zal halveren. Wat niet meteen betekent dat ook de merknamen zullen verdwijnen.

Dominiek CLAES

BR>

Naar aanleiding van het Autosalon van Brussel, stelt de studiedienst van de BBL in een analyse - die binnenkort in

Financiële Berichten

verschijnt - vast dat de grootste tien producenten nu al 85% van de wereldproductie voor hun rekening nemen

(zie infografiek)

. Het valt te verwachten dat voornamelijk de kleinere constructeurs zullen opgeslokt worden, tenzij die constructeurs - zoals bijvoorbeeld Porsche - erin slagen zich met succes in een nichemarkt te bewegen. Porsche is na Samsung het kleinste (bekende) merk op vlak van verkoop en marktaandeel.

Bij de 'subtop' van autoconstructeurs verwachten de analisten dat er binnenkort nog wat moet gebeuren rond onder meer Fiat, Peugeot en BMW. Zo is Fiat wel ongeveer overal in de wereld vertegenwoordigd, maar zijn de Italianen toch te klein om voldoende volume te genereren. BMW heeft recent wel Rover onder de vleugels genomen, maar blijft met een wereldmarktaandeel van 2,22% te klein om op termijn alleen te blijven. Peugeot staat sterk in de Europese markt, maar is dan weer niet voldoende mondiaal gericht.

Wie ook wie zal overnemen, volgens de analisten zullen de merknamen daardoor niet verdwijnen. Integendeel, de overblijvende autogroepen grijpen de verschillende merknamen aan om er een aparte verkoopsstrategie mee uit te bouwen. Op die manier kunnen ze inspelen op verschillende eisen van verschillende consumentengroepen.

Uitdagingen

Om de synergieën bij overname maximaal uit te kunnen spelen, zoeken de grote autoconstructeurs nu naar basisplatformen die flexibel genoeg zijn om er wagens van verschillende merken op te bouwen. Ford en Volvo zijn na hun vrij recente fusie de mogelijkheden aan het aftasten. De Volkswagengroep beschikt nu al over één platform voor vier verschillende merken.

De sector heeft nog andere katten te geselen. Onder druk van de milieu-eisen, zien de constructeurs zich verplicht te zoeken naar beter recycleerbare grondstoffen, zoals aluminium. De nieuwe A2 van Audi, zal de eerste seriewagen zijn die volledig uit aluminium is gebouwd. De steeds strenger wordende normen voor uitlaatgassen is nog een ander paar mouwen. Deze strijd wordt op verschillende ontwikkelingsfronten gestreden: milieuvriendelijker (diesel-)motoren, ontwikkeling van nieuwe filters, motoren die nog amper 3 liter voor 100 km nodig hebben, hybride wagens (met zowel een conventionele als een elektrische motor) en brandstofcellen in een iets verdere toekomst.

Tot slot is er ook nog de consument, waar uiteindelijk alles rond draait. Die eist voortdurend meer waar voor hetzelfde (of liefst minder) geld. Verkoop via internet zet het dealernet onder druk; allerhande comfort- en andere eisen dwingen de constructeurs om de flexibiliteit voortdurend op te drijven en het aantal keuzemogelijkheden binnen het merk te verhogen. Wat dan weer tot energieproblemen binnen de wagen zelf leidt: door alle technische snufjes in de wagen lijkt de traditionele 12 volt-batterij te licht te wegen om al die extra energie te leveren. Stilaan wordt daarom overwogen over te schakelen naar een batterij van 42 volt, wat een heuse revolutie binnen de autosector zou betekenen. Het betekent immers dat alle apparatuur aan deze nieuwe standaard moet aangepast worden.