Frank Vandenbroucke wil alleen nog aan fietsen denken

SAINT-AYGULF -

De bibber zit een beetje in zijn stem. Zijn ogen vluchten naar het behang en de vloer van hotel Saint-Aygulf. Dat is ook wat de ploegmaats ervan weerhoudt de oude draad weer op te nemen. Tijdens een diepgravende babbel met de Vlaamse persjongens die hem achterna waren gereisd, vindt Frank Vandenbroucke gaandeweg zichzelf terug. In het badplaatsje aan de Franse Azurenkust, waar hij na een paar weken vol storm en ontij zijn vertrouwde familie Koers & Co terugvond, gaat hij weer open en bloot. Als dit maar duidelijk blijft: alle heisa met de teambazen is vergeten, maar niet vergeven. Er knaagt nog altijd iets. «En dat zal het blijven doen», drukt hij ons met de nodige punch op het hart.

Luc LAMON

BR>

De sfeer is niet je dat bij onze aankomst. «Wat brengt jullie hier?», vraagt hij half lachend, half verwijtend.

Franky boy

is duidelijk nog niet in z'n hum, vraagt om fluwelen handschoenen. Van ons, van iedereen rondom hem. Als de koning voortschrijdt, durft niemand de rode loper wegsnokken. Als de koning bij wijze van demonstratie de Col de Collebasse opstormt, durft (kan?) enkel Jo Planckaert zich in zijn wiel nestelen. Als de koning slaapt, houden de dienstmaagden op in potten te roeren en met vaat te rinkelen. Maar het komt allemaal goed. Twee uur later dan afgesproken zitten we tegenover elkaar. Het gepeupel is en toont zich blij.

De vorst van het peloton deelt een kamer met zichzelf. Daar hoeven we niks achter te zoeken. Twaalf ploegmaats waren al in het lenterige Saint-Aygulf, dertien is niet deelbaar door twee. Nog niet. Misschien als de koning er zich bemoeit?

Vandenbroucke reisde de ploeg achterna. Hij had eerst op de Cofidis-hoofdzetel in Wasquehal nog een eitje te pellen. «Blij dat het allemaal achter de rug is. Blij dat ik de ploegmaats mocht vervoegen. Veel woorden maak ik tijdens de stage aan de troebels met de ploegleiding niet meer vuil. Dat wil ik ook niet. Nu ik terug ben, wil ik me volop op het sportieve seizoen voorbereiden. Maar dit weet ik nu al: met deze ploeg zullen we de komende maanden veel mooie momenten beleven.»

De vaudeville is achter de rug. Maar was de herrie met zijn werkgever wel een vaudeville?

«Zo zie ik het in elk geval niet», claimt VdB. «Geen haar op mijn hoofd dacht eraan Cofidis te verlaten. Ik tekende drie seizoenen voor deze sponsor. Wist hoeveel ik kon verdienen en wist wat meneer Migraine van mij verlangde. Daar was ik het helemaal eens mee. Maar er brak iets toen ze mij al die weken aan de kant zetten. Zonder recht op verdediging. Zonder reden, zoals na de afwikkeling van de zaak-Sainz bleek. Zonder excuses. Zonder enige vorm van schadevergoeding. Wat in mei is gebeurd, beschouw ik als een schending van mijn integriteit.»

«Als ik keihard doorging, deed ik dat niet enkel voor mijzelf. Sinds de affaire-Festina zijn naar mijn idee iets te veel renners tegen de muur gezet zonder enige vorm van proces. Vaak net zo onterecht als ik. Dat kan niet meer. Ik wou een voortrekkersrol spelen. Die van de opstandige vakbondsman. Ook een renner heeft rechten. Contracten staan bol van de regels over plichten, geen over rechten. Het dopingcharter dat de Franse ploegen ondertekenden: ze deden het voor hun imago, niet voor de coureurs. Sommige kranten schrijven maar. Hier en daar krijgen renners hun loon niet uitbetaald. Het moet maar eens uit zijn. Dát wou ik aanklagen. Ik brak met Cofidis omdat ik onterecht gepakt was. Niet om een loonsverhoging, maar om een schadevergoeding. Een blijk van spijt, als voorbeeld. Het speelde al sinds de zomer in mijn kop. De etterbuil barstte pas eind november open.»

De buitenwereld kreeg eerder de indruk dat VdB maar wat speculeerde, schermde met de interesse van andere ploegen om zijn gage bij Cofidis de hoogte in te jagen.

«Niks van. Om het geld was het mij niet te doen. Uitsluitend om rechtvaardigheid», verheft hij zijn stem. «Ik ben niet die moeilijke jongen. Ik nam met geen enkel ander team zelf contact op. Dat deden ze zelf. Maar ik hield er constant rekening mee dat Cofidis in de running bleef. Weet je, de voorbije weken vielen mij zwaar - voor mijzelf en de ploegmaats - maar stelden niets voor in vergelijking met het gewicht van mijn schorsing. Nooit wil ik het nog meemaken. Ik betaalde een zware prijs om mijn integriteit te behouden.»