Erwin Vervecken verliest weer een titel in slotronde

Wie dacht dat de thrillers van vorig jaar in Soumagne en Poprad nooit meer konden worden overgedaan, moest zondag in Gent toegeven dat in cyclocross aan de top echt àlles mogelijk is. Duizenden toeschouwers - de omloop van de Blaarmeersen werd gewoon overspoeld door een enthousiaste massa die nog maar eens de immense populariteit van het veldrijden in Vlaanderen in de verf zette - geloofden hun ogen niet.

André PUTZEIJS

BR>Van start tot aankomst was het kampioenschap één lint van emoties. Eén aaneenrijging van beslissend schijnende momenten die uiteindelijk toch weer op hun kop werden gezet door weer andere verwikkelingen. Veldritkampioenschappen zijn altijd al mooi, maar dat van 2000 wordt ingelijst in een gouden kadertje. Al zullen Mario De Clercq en vooral Erwin Vervecken daar wel anders over denken. De wereldkampioen reed in de derde ronde mee aan de leiding met Nys en Vervecken, toen een lekke band hem kansloos maakte. «Er rust een vloek op mijn nationale kampioenschappen. Het mag gewoon niet lukken. En dit was mijn laatste kans, want volgend jaar is ook Bart Wellens beroepsrenner.»

Erwin Vervecken, kampioenschapsspecialist zonder gelijke, was op vier bochten van de laatste rechte lijn nog zeker van zijn vijfde nationale titel. Toch won hij, net als in het WK in Poprad, niet.

«Tot de slotronde had Sven me vooral tactisch bestookt en me al een keer of vijf op vijftien-twintig meter gereden,» doet Vervecken zijn verhaal. «Net voor zowat elke hindernis spurtte hij van me weg. Vaak leek dat beslissend, maar ik liep beter dan hij en kon telkens terugkomen. In de slotronde kon àlles nog gebeuren, ik voelde me beresterk. Vooral toen Sven een zoveelste schuiver maakte en ik de hoge trap met twee treden tegelijk opliep. In de afdaling keek ik om en zag ik mijn voorsprong. Niet enorm maar toch geruststellend. En dan kwam die op drie na laatste bocht. Een toeschouwer hing net iets te ver over de afsluiting.»

De mensen stonden in Gent inderdaad soms rijendik. Maar dat is natuurlijk ook het fijne aan deze sport. Dat publiek en renners zo dicht bij elkaar leven.

«Allemaal goed,» reageert Erwin. «Maar ik moest uitwijken voor die man, botste tegen een paaltje en viel. Ik was overeind voor Sven voorbij kwam, maar in de modder geraakte ik te traag op gang. Adieu titel. Weer op de valreep, net als in het wereldkampioenschap. 't Is wreed. In Poprad kwam er ook woede bij, omdat ik van Mario een wederdienst had verwacht voor Middelfart. Nu zie ik er misschien rustig uit, maar de ontgoocheling zit zeker even diep. Ik geef toe dat Sven de beste was, dat is hij al de hele winter. Maar op vijfhonderd meter na was ik nationaal kampioen ...»

Vijfhonderd meter die voor de Kempenaar een dikke boterham verschil maken wanneer straks over de startgelden van volgend seizoen wordt gepraat. Maar zo zit het leven van een topsporter nu eenmaal in mekaar.