«Ik doe het nog altijd graag»

Als nationale bondscoach, verantwoordelijk voor de opleiding van aankomend talent, kan Eric De Vlaeminck natuurlijk niet anders dan met veel belangstelling uitkijken naar de jeugdkampioenschappen van zaterdag in Gent. Zondagavond wordt van de zevenvoudige wereldkampioen immers een selectie verwacht voor het WK, ook dat van de juniores. Maar eigenlijk vindt Eric kampioenschappen, titels en medailles voor jongeren totaal onbelangrijk. Een pronostiek wil hij dan ook liever niet kwijt. «Wat mij interesseert, is of mijn werk op training iets heeft opgeleverd», zegt hij. «En dat zie ik ook zonder dat iemand wint.»

GENT André PUTZEIJS

BR>

De 55-jarige bondscoach straalde woensdag toen hij zag hoeveel tientallen veldrijders trainden op het BK-parcours in Gent. «Vier-vijf jaar geleden werd voorspeld dat het mountainbiken onze sport zou wurgen en doen verdwijnen. Daar merk ik tot vandaag bijzonder weinig van. Integendeel. De goede resultaten van onze crossers in de laatste wereldkampioenschappen en door heel Europa, hebben het veldrijden weer in de lift gezet. Zeg mij eens, waar en wanneer je nog al eens zoveel crossers bij elkaar zag voor een simpele training. Hiervoor benijdt het buitenland ons, zeker weten.»

Dat buitenland blijft België ook benijden om Eric De Vlaeminck en zijn successen met jonge veldrijders. Toch is hij de eerste om dat werk te relativeren. «Ik werk met jongens van 16-17-18 jaar nooit speciaal naar kampioenschappen toe. Medailles halen is op die leeftijd niet belangrijk. Daarom forceer ik niets of niemand. Wat ze als nieuweling en junior presteren, doen ze op hun klasse. Daar sleutel ik nauwelijks aan.

Ik hecht pas belang aan wat ze als belofte presteren. Dan moeten ze er staan. De feiten geven me trouwens gelijk. Hoeveel Tsjechen en Zwitsers reden als junior iedereen op een hoopje en presteerden nadien niets meer? Gewoon omdat ze als 18-jarigen al op hun maximum presteerden. Onze jongeren bouwen veel meer met het oog op de toekomst en die begint pas bij de beloften.»

Bij die beloften zwaaien Bart Wellens en Tom Vannoppen straks af. Een aderlating? «Niet echt. Van Nuffel, Vanthourenhout en Commeyne staan klaar om vanaf volgende winter over te nemen. En bij de juniores zie ik nu ook al renners fietsen die over twee-drie jaar bij de beloften zullen uitblinken. Aernouts, Van der Linden, Ghyllebert, de kleine Wellens, Rogiers, Van de Vivere, Van der Veken, Vantornhout... Eén van hen is zondagavond kampioen. Voor die jongen en zijn omgeving allicht een grote dag, voor mij niet meer dan een schakel in een lange keten. Waar het op aankomt is dat die jonge kampioen en de anderen vanaf april-mei bereid zijn om te trainen zoals ik het hun vraag. Ik heb nog altijd evenveel moed om met nieuwe jongens te beginnen, ik doe het nog altijd graag. Of ze er komen, hangt alleen van hen af. Zij moeten willen, niet ik.»