«Wellens is te sterk»

«Natuurlijk word ik zondag geen nationaal kampioen bij de beloften», weet Tom Vannoppen nu al. «Het parcours van Gent staat me niet aan, ik heb liever een snelle omloop met meer fiets- dan loopwerk. Maar vooral sta ik tegenover Bart Wellens en die start 'buiten categorie'. Laat hem meerijden bij de profs en hij kan daar ook winnen. Bij ons zal hij dus zeker niet af te remmen zijn. Daarom: zondag tweede worden is in mijn ogen gelijk aan het winnen van de kampioenstitel.»

HAM André PUTZEIJS

BR>

Tom Vannoppen, 21 sinds twee weken, kwam Bart Wellens al vaker tegen. Vorige winter was hij zowel in het nationaal als in het WK tweede achter de Kempenaar. Zondag zal het allicht niet anders zijn. Een nachtmerrie? «Toch niet. Renners die tot de generatie van Eddy Merckx behoorden, zouden zonder de

kannibaal

allicht ook een mooiere erelijst hebben gehad. Ik zie de wekelijkse duels met Bart eerder als een voordeel. Toen ik nieuweling en junior was, won ik meer crossen dan hij. Maar op de duur gaat winnen vervelen. Ik trainde minder, vond niet altijd de juiste motivatie om me op te laden. Sinds Bart er is, heb ik niet alleen een goede kameraad, maar ook iemand om me aan op te trekken. Ik wil hem zo dicht mogelijk benaderen.»

En hem verslaan?... «Ik ben niet zo dom om mezelf zoiets in te beelden. Bart heeft al een Wereldbekerwedstrijd gewonnen, hij duellereert met de beste profs. Terwijl ik daar nog altijd vanop een afstand naar opkijk. Ik ken mijn plaats: als Bart meedoet, is dat de tweede. Alhoewel, ik heb Commeyne en Vanthourenhout de laatste weken ook goed bezig gezien. Maar allicht heb ik wel het voordeel, dat ik elke week een A-cross heb gereden en dus sterker ben.»

Geen kniepijn meer? «Toch wel. Mijn kinesist blijft er aan werken. Maar donderdagmorgen heb ik toch urenlang op de weg getraind, een groot deel daarvan achter de derny. Langs het kanaal, richting Postel.»

Zevende titel

Topfavoriet Bart Wellens trainde donderdag weinig of niet. Hij ging zoals elke dinsdag en donderdag werken in een fietsenzaak in Kasterlee. Een Wellens gaat naar z'n baas tot er

beroepsrenner

op z'n licentie staat. En dat is pas vanaf maart. Bovendien: van een nationale titelwedstrijd ligt Bart al lang niet meer wakker. Als hij zondag wint - en wie gaat dat verhinderen? - is dat zijn zevende nationale kampioenstitel in zeven jaar. «Het gekke is», lacht Bart z'n beugeltje bloot, «dat ik bijna geen enkele van die zeven truien ooit heb gedragen. Die van de nieuwelingen had ik één winter aan, maar daarna stapte ik meestal snel over naar een hogere categorie. En de drie truien die ik als belofte won, mocht ik niet aantrekken wanneer ik een A-wedstrijd reed. En ik rijd er geen andere... Dat geldt trouwens ook voor mijn regenboogtrui. Alleen voor Loenhout kon ik die uit de kast halen, omdat ik daar deelnam aan de enige beloftencross van het seizoen. En zondag in Gent mag het ook nog eens. Ik heb vijf-zes brieven naar de UCI geschreven om de wielerleiders tot andere gedachten te brengen, maar ze waren niet te overtuigen. In de open categorie mag alleen de winnaar van dat WK, Mario De Clercq dus, in de regenboogtrui starten. Hetzelfde geldt voor een nationale kampioen. Ik heb me dan maar een speciale trainingsuitrusting in de regenboogkleuren laten maken. Zo heb ik tenminste op training het gevoel dat ik kampioen ben.»