Yonou diame, goede reis

Van onze verslaggever ter plaatse

MBAKE Marc CORNELISSEN

BR>

Yonou diame

op T-shirts.

Yonou diame

op spandoeken.

Yonou diame

uit honderden kelen. Het kleine Mbake, nauwelijks meer dan een vuilnisbelt op 200 kilometer van Dakar, ziet donderdag zwart van het volk. Het is een raadsel hoe en van waar ze allemaal komen, maar met duizenden wuiven ze de deelnemers aan de 22ste Dakar-rally uit.

Yonou diame

, «Goeie reis», begeleid door dans, muziek, spektakel en veel gesjacher. Het avontuur is begonnen, de 24ste staan de winnaars aan de piramides in Kairo.

Rally is razend populair in Senegal. Van heinde en ver zijn ze naar Mbake gekomen, met het levensgevaarlijke

transport commun

of gewoon te voet. Langs de startlijn een tribune voor de plaatselijke notabelen, strak in uniform, uitdrukkingsloos voor zich uit starend. Enorm contrast met de massa, die elke nieuwe wedstrijdwagen feestend inhaalt. Wild dansend, luid zingend, onophoudelijk trommelend.

De verbindingsrit naar het onooglijke Mbake was voor de deelnemers maar een opwarmertje. Hen staan hetere vuren te wachten. Maar voor een modale Belg is zelfs dat tochtje al een doodsbenauwend avontuur.

Hoever? 200 kilometer volgens Cheikhna Diallo, onze chauffeur van dienst. Apetrots hadden hij en Ibra Nediaye 's morgens hun nieuwe 4x4's voorgereden. Chevrolets, in Dakar even zeldzaam als een paar ski's. Maar hun chef, de uitbater van het toeristisch bureau, is sinds kort ook de Senegalese invoerder van Chevrolet. En zo rijdt Cheikhna rond met een van de enige niet-gedeukte voertuigen in Senegal, waar menige ambassadeur jaloers op is. Een pareltje waarvoor hij zijn beste pak bovenhaalt en waar hij met een doek nauwgezet het laatste vlekje afveegt, alvorens de tocht door de stoffige savanne aan te vatten. Alleen die verdomde centrale vergrendeling, die krijgt hij niet onder de knie.

Druk verkeer is geen probleem, want Cheikhna kent de weg, inclusief bulten, putten en bochten. Een stuk of tien zijn er slechts tussen Dakar en Mbake. Hoe flauw ook, Ibra geeft ze plichtsbewust aan met zijn pinker, die verder nooit gebruikt wordt. Vooral niet op kruispunten. Als er even geen tegenliggers zijn, rijden ze links op de weg, want daar is het wegdek beter. Of links naast de weg, waar een breed onverhard spoor ligt. Lichtelijk gevaarlijk, want die zone dient ook andere doeleinden. Etalage van de plaatselijke meubelmaker, bijvoorbeeld. Of slaapplaats voor geiten, of tribune voor joelende schoolkinderen, die een week vrijaf hebben. Levensgevaarlijk, maar doodnormaal.

200 kilometer, had Cheikhna dus geschat. Hoe lang dat zou duren? «Hangt van het verkeer af, monsieur. Een uurtje, misschien een uur en een kwartier.» Tijdsbesef hebben ze niet echt; de tocht duurt drie uur heen, drieëneenhalf terug. Gelukkig maar, want 200 km op één uur had iets te snel kunnen zijn.

Yonou diame, yonou diame!