«Tevreden met etappezege»

Van onze verslaggever ter plaatse

DAKAR/MBAKE Marc CORNELISSEN

BR>Voor het eerst sinds jaren startte donderdag een Belg met zegekansen in de Dakar. Grégoire de Mévius kan bogen op een fraaie rallycarrière met onder meer twee wereldtitels in de standaardklasse. Op zijn 38ste is hij omgeschoold naar de rallyraid-discipline, waarin hij deel uitmaakt van het officiële Nissan-team. Hij vertrekt als outsider, vindt enkele ritoverwinningen een must, maar lonkt toch stiekem naar de eindzege.

- Om maar meteen met de deur in huis te vallen: kan je deze Dakar winnen?

De Mévius: «Ik moet realistisch zijn: de buggy van Jean-Louis Schlesser is de eerste kandidaat om zichzelf op te volgen. We moeten hopen op zijn pech of op buitengewone omstandigheden, maar in een raid als de Dakar zijn dat factoren die een rol spelen. Je weet dus nooit. Maar ik heb geduld. Dit jaar neem ik vrede met hier en daar een etappezege. Vooral de eerste dagen hoop ik op te vallen, want dan lijkt het parcours veel op dat van de Safari-rally in Kenia. Dat terrein ken ik, daar reken ik op mijn rally-ervaring.»

- Heb je het rallyhoofdstuk nu helemaal afgesloten? Is dit je tweede carrière in de rallyraids?

«Je kan niet naast de recente tendenzen in het WK rally kijken: ze nemen ofwel piloten uit de top-vijf van de wereld, ofwel beginnen ze met opkomende jongeren. Net als Bruno Thiry val ik tussen die twee groepen in. In tegenstelling tot een Marc Duez voel ik me totaal niet aangesproken door de circuitracerij. Ik ben dus blij met de kansen die ik krijg in de raids.»

- Dat klinkt als een gedwongen keuze.

«Het zou triest zijn als ik hier tegen mijn zin zou rijden, of als ik het alleen maar voor het geld zou doen. Nee, ik vind hier een goeie auto en een goed team. Meer heeft een piloot niet nodig om gemotiveerd te zijn. De Dakar is een prestigieuze wedstrijd.»

Tactiek

- Je hoort wel eens dat de Dakar eerder een avontuur is dan een sportwedstrijd. Wat vind jij daarvan?

«Voor veel deelnemers is dat wellicht het geval. Maar vooraan wordt echt gekoerst. Een Fontenay bijvoorbeeld, die valt van de eerste tot de laatste meter aan. Vorig jaar is het fabrieksteam van Mitsubishi geklopt door de buggy van Schlesser, wat eigenlijk maar een privé-project is. Ik verzeker je: dat zit de Japanners hoog. De Mitsu's zijn op en top gemotiveerd. Al vrees ik dat ze tegen Schlesser niet opkunnen. Hij heeft 270 pk voor 1,2 ton. Wij 250 voor 1,8. In topsnelheid maakt dat tien tot twintig km/u. En in de Ténéré rij je uren aan topsnelheid. Daar lopen wij een enorme achterstand op. Bovendien is Schlesser tactisch sterk. Hij durft het aan om 's morgens als eerste te vertrekken, doelbewust een lus te rijden en zo achter de anderen aan te gaan rijden.

- Je bent baron, woont in een groot kasteel in Rhisnes en bent de luxe van de hedendaagse rally gewoon. Trekt Afrika jou aan?

«Ik hou van Afrika, zoals ik hou van Rusland en Australië. Maar ik zou hier nooit kunnen wonen. In Australië misschien wel. Ik hou vooral van de ruimte. Op de mooiste foto uit mijn carrière is mijn auto nauwelijks herkenbaar. Een kleine stip in een immens landschap. Dat vind ik schitterend. Net als die tenten in het bivak. Iedereen op gelijke voet, 's avonds de anecdotes van de dag uitwisselen,... Dat is de sfeer van de vroegere rally's, die in het moderne rallyrijden helemaal verloren is gegaan. Ze hebben de rallysport in een maatpak gestopt, geknipt voor de TV. Ook goed natuurlijk, maar het eigen karakter van de wedstrijden is verloren gegaan en dat is spijtig.»

- Is de Dakar gevaarlijker dan het WK rally?

«Je rijdt constant met 300 of 400 liter benzine aan boord en dat is gevaarlijk. In de dorpen weiger ik hard te rijden. Ik wil geen kind doden. In Rusland is het bijna gebeurd, ik kon er niets aan doen, maar gelukkig liep het goed af. Van dat soort dingen huiver ik.»

«Ik zou de Dakar ook nooit doen met een moto. Vroeger wel, voor ik getrouwd was. Maar nu heb ik vier kinderen; dan denk je iets langer na. Een ras apart trouwens, die motards. Ze leven een beetje los van de auto-rijders. Maar zij zien pas echt af, maken veel sterkere belevenissen mee. Dan is onze Dakar nog comfortabel.»