Kwestie van kalender

Nog één dag en de drie negens van 1999 zijn niet meer. Het jaartal met het spotprijsje verandert morgen om middernacht vastberaden in een flikkerend 2000. Tijd misschien om even stil te staan bij hoe we eigenlijk zover gekomen zijn, want eigenlijk had het even goed nog maar 1984 kunnen zijn of al 2004. Het hangt er maar van af hoe een mens zijn dagen telt en met welke kalender hij rekent.

BR>

Een jaar is de tijd die de aarde nodig heeft om rond de zon te draaien. Eén omwenteling rond de zon duurt anno 2000 365 dagen, 5 uur, 48 minuten en 45 seconden. Geen mooi afgerond getal dus en daarom allesbehalve makkelijk om in een kalender te gieten. Niet zo verwonderlijk dat de mens meer dan één poging heeft ondernomen om de tijd te vangen in een strakke kalender.

Telling

Tegenwoordig rekenen we met de Gregoriaanse kalender, maar dat is zeker niet altijd zo geweest. Bovendien zijn er nu nog altijd volkeren die de tijd met andere kalenders te lijf gaan. Volgens de traditionele Chinese kalender zijn we nu bijvoorbeeld al in het jaar 4697. In feite zijn er vier verschillende kalender-types. Er zijn kalenders gebaseerd op de stand van de zon, de maan of van beide en tenslotte op de stand van de sterren. De Chinese kalender is van het derde type, wat wil zeggen dat het Chinese jaar rekening houdt met zowel zon als maan. Een Chinese maand begint telkens bij een nieuwe maan, zo ongeveer om de 29,5 dag. Hierdoor telt een Chinees jaar eigenlijk maar 354 dagen, wat maakt dat alles ieder jaar 11 dagen opschuift. Om de telling desondanks ongeveer gelijk te laten lopen met het zonnejaar, voegt de Chinese kalender om de 2 of 3 jaar een extra maand in. De islamitische kalender werkt zuiver volgens de stand van de maan. Een islamitisch jaar heeft dus ook maar 354 dagen. Maar omdat de maankalender geen rekening houdt met de zon, zien islamieten hun feestdagen ieder jaar vervroegen. De oude Egyptenaren tenslotte kwamen erachter dat een jaar 365 dagen duurt. In 4236 voor Christus merkten ze al op dat de ster Sirius om de 365 dagen naast de zon staat.

Paus Gregorius

Onze huidige Gregoriaanse kalender is van het eerste type. Wij berekenen ons jaar op basis van de zon. En dat heeft heel wat voeten in de aarde gehad. Voor 1585 was de Juliaanse kalender in gebruik, een hervorming van Julius Caesar. Hij voerde meteen ook het vierjarig systeem van het schrikkeljaar in. Het Juliaanse kalenderjaar duurde 365,25 dagen. Geen slechte berekening, maar toch 11 minuten en 14 seconden onnauwkeurig. Het Juliaanse kalenderjaar was langer dan het eigenlijke zonnejaar. Op één jaar maken die 11 minuten extra natuurlijk niet zoveel verschil, maar na 1000 jaar loopt die fout al vlug op tot een dag of 10. In 1582 lag de Juliaanse kalender dan ook grondig overhoop. Vandaar dat paus Gregorius XIII besliste dat er 10 dagen uit 1582 geschrapt moesten worden. Om de seizoenen min of meer op zijn plaats te houden kwam na 4 oktober 1582 direct 15 oktober 1582. Verder voerde de paus een kleine aanpassing omtrent de schrikkeljaren door. Voortaan waren jaartallen deelbaar door 100 geen schrikkeljaar meer tenzij ook deelbaar door 400. Dat verklaart meteen waarom 1900 geen schrikkeljaar was en 2000 er wel één zal zijn. Hiermee verfijnde Gregorius XIII zijn jaarkalender tot 365,24 dagen. Nog altijd niet helemaal juist, want sinds 1582 loopt onze kalender al bijna 3 uur te snel. De Gregoriaanse loopt behoorlijk stipt, maar in het jaar 4909 zullen we er opnieuw een hele dag langs zitten. Hiermee wordt duidelijk dat de 2000-viering van morgenavond allesbehalve vanzelfsprekend is, wat u natuurlijk niet zal tegenhouden er eens goed in te vliegen.

Om te weten of het jaar 2000 wel echt 2000 is kan u nog tot eind maart 2000 in het Europlanetarium van Genk terecht voor een millennium-programma. Tel. 089/30.79.90