Multinationals zetten vrije fruitkwekers mes op de keel

Amerikaanse fruitmultinationals verlagen steeds meer de prijzen die ze onafhankelijk werkende bananenboeren in het Midden-Amerikaanse land Costa Rica betalen voor hun product. De grote spelers zetten de lokale producenten daardoor het mes op de keel om hen te dwingen te besparen op de kosten.

Nefer MUNOZ/IPS

BR>Het mikpunt van de kritiek is vooral de Amerikaanse Standard Fruit Company. Die heeft de prijs die ze onafhankelijke toeleveranciers betaalt voor bananen die ze van hen koopt, eenzijdig verlaagd van 5,4 naar 5 dollar (195 frank). Volgens de Costaricaanse bananenboeren is dat de doodsteek voor de onafhankelijke producenten.

Zo'n 56 procent van de totale Costaricaanse bananenproductie gebeurt niet op de grote plantages van de multinationals maar door onafhankelijke lokale bedrijven van wisselende grootte. Voor de internationale vermarkting van hun product zijn de plaatselijke bananenboeren wel grotendeels aangewezen op de drie Amerikaanse reuzen: Standard Fruit Company, Del Monte en Chiquita Brands. In 1999 exporteerde Costa Rica zo'n 115 miljoen kisten, goed voor 700 miljoen dollar (2,73 miljard frank).

Paradijs

Volgens de onafhankelijke bananenkwekers schuilen achter de eenzijdige prijsverlaging niet alleen kortzichtige economische motieven maar een welbewuste langetermijnstrategie van Standard Fruit om de sector van de onafhankelijke producenten in de wind te zetten. In Costa Rica stelt die 25.000 mensen tewerk, verspreid over 180 firma's. «De buitenlandse opkopers willen dat we de productiekosten drukken, ongeacht de sociale gevolgen,» zegt de woordvoerder. «Onze plantages zijn het paradijs niet maar bij ons wonen de arbeiders wel in een huis met stromend water en elektriciteit, er zijn voetbalvelden en studiebeurzen voor hun kinderen. De Amerikaanse opkopers zijn daar tegen en voelen meer voor Ecuadoraanse toestanden.»

De Ecuadoraanse plantages zijn gemiddeld groter dan de Costaricaanse en de arbeidsomstandigheden zijn er veel slechter. Omdat de boeren in Costa Rica minder van schaalvoordelen kunnen genieten, speelt de prijsverlaging op termijn niet in hun kaart maar in die van de grotere Ecuadoraanse bedrijven. Immers: nu al zijn de winstmarges miniem, en aan 5 dollar per kist kunnen de kleinste firma's niet meer rendabel werken en zullen ze er het bijltje bij moeten neerleggen.

Kleine producenten

Juan Carlos Rojas, juridisch adviseur van de Standard Fruit Company in Costa Rica, geeft toe dat de maatregel vooral voor de minst productieve onafhankelijke bedrijven - waar per hectare minder dan 2.500 kisten bananen worden geplukt - een harde dobber is. Maar Standard Fruit heeft volgens hem geen keus. De concurrentie in de sector is bikkelhard: naast de overproductie die de prijzen drukt, is er nog geen zekerheid over de aanpassing van het Europese quotasysteem voor dollarbananen. In de marge van de (mislukte) conferentie van de Wereldhandelsorganisaties (WTO) in Seattle, ondertekenden zes Latijns-Amerikaanse landen, waaronder Costa Rica, een document waarin ze hun ontevredenheid uiten over het overgangsregime dat de Europese Unie (EU) tot 2006 wil hanteren. Dat versoepelt weliswaar gedeeltelijk het strenge bananenregime dat de EU tot nog toe aanhield (met maximumquota voor de import van bananen uit Latijns-Amerika) maar is volgens de VS en de Latijns-Amerikaanse landen nog steeds in strijd met de WTO-regels. Zo blijven hoge invoerheffingen van kracht (van 3.000 tot 11.000 frank per ton) voor dollarbananen en geeft de EU nog steeds een voorkeursbehandeling aan bananen van (overwegend kleine) producenten in de Caraïben en Afrika, overwegend voormalige Britse en Franse kolonies.