Uitspraak in tweede rechtszaak tegen Saddam op 5 november

Print
De rechtbank die Saddam Hussein en zeven anderen berecht voor misdaden begaan tegen sjiieten uit Dujail zal op 5 november uitspraak doen.
BR> Als zij schuldig worden bevonden zal op dezelfde dag het vonnis bekend worden gemaakt. Dat heeft een rechtbankmedewerker maandag gezegd. De voormalige Iraakse president kan worden veroordeeld tot de dood door ophanging. Hij heeft echter de mogelijkheid beroep aan te tekenen bij een hogere rechtbank. Het proces tegen Saddam en de anderen, onder wie voormalig vice-president Taha Yassin Ramadan en inlichtingenchef Barzan Ibrahim, Saddams halfbroer, begon een jaar geleden en werd op 27 juli geschorst om de rechtbank tot een uitspraak te laten komen. Saddam is ook hoofdverdachte in een proces wegens genocide op de Koerden. Volgens de aanklagers zijn bij een campagne tegen deze bevolkingsgroep in de jaren 1980 naar schatting 180.000 mensen omgekomen, vooral door gifgasaanvallen. Ook in deze zaak, die 21 augustus begon en dinsdag wordt hervat, hangt Saddam, zijn neef Ali "Chemicali" al-Majid en vijf andere verdachten de dood door ophanging boven het hoofd. In een brief die Saddam volgens zijn advocaten zaterdag aan hen dicteerde en die zij maandag in Jordanië publiceerden, houdt de voormalige president zijn landgenoten voor dat "de bevrijding voor de deur staat". Ook maant hij de opstandelingen dat hun doel moet zijn om het land te bevrijden van buitenlandse bezetting en haar volgelingen en niet om onderlinge rekeningen te vereffenen. Hij roept hen op tot mededogen met hun vijand. In de brief, die drie kantjes beslaat, zegt Saddam verder dat de Irakezen door "de bezetting, moorden, verwoesting en plundering" de moeilijkste periode in hun geschiedenis doormaken. De brief is ondertekend met "Saddam Hussein al-Majid, president en opperbevelhebber van de strijdkrachten van de heilige strijders".