België wil genocideverdachten berechten

Print
België, Frankrijk en Nederland hebben aanvaard om recht te spreken over personen die door het internationale straftribunaal voor Rwanda verdacht worden van deelname aan de genocide van 1994 en die op hun grondgebied verblijven.
BR>Dat is maandag vernomen bij het VN-tribunaal in het Tanzaniaanse Arusha. "Drie Europese landen, Frankrijk, België en Nederland, hebben aanvaard om verdachten die verblijven op hun territorium te berechten", zo deelde Stephen Rapp van het bureau van de procureur mee. "De rechtsgebieden van deze landen zijn bevoegd", zo voegde de Amerikaanse magistraat eraan toe. Eind augustus bevestigde het hof van beroep van het tribunaal dat een beschuldigde niet berecht kon worden in Noorwegen. De Noorse strafwet voorziet immers geen straffen tegen volkerenmoord en het gedrag van de beschuldigde kon onmogelijk berecht worden als "een ernstige schending van het internationale humanitaire recht". Volgens een officieel document wil de Gambiaanse procureur van het tribunaal, Hassan Bubacar Jallow, zo'n twintig beschuldigden doorverwijzen naar nationale rechtbanken. Het gaat in de meeste gevallen om mensen die op de vlucht zijn. De procureur meent wel dat doorverwijzingen naar Rwanda de voorkeur moeten genieten. De Rwandese regering vroeg vorige week aan het ministerie van Justitie om consultaties op te starten over een eventuele afschaffing van de doodstraf, met inbegrip van degenen die veroordeeld worden voor hun betrokkenheid bij de genocide. De doodstraf is één van de belangrijkste obstakels om dossiers van het VN-tribunaal door te verwijzen naar de Rwandese rechter. Het straftribunaal in Tanzania is belast met de zoektocht naar en de berechting van de belangrijkste verantwoordelijken van de genocide in Rwanda. Bij de volkerenmoord in het kleine Centraal-Afrikaanse land kwamen in 1994 minstens 800.000 Tutsi's en gematigde Hutu's om het leven. Het tribunaal heeft tot dusver 26 veroordelingen en 5 vrijspraken uitgesproken.