«Verschil tussen brons en goud»

Wie judo zegt in dit landje, denkt daar meteen Jean-Marie Dedecker bij. De bondscoach is niet te beroerd om bij de successen van Ulla, Gella of Harry af en toe de waarde van zijn assistent Sasja Jatskevitch aan te stippen. In Lommel loopt nog zo'n bezeten trainer rond: Jean-Jacques Melotte (42), jarenlang begeleider van Heidi Rakels en nu coach, trainer en mentor van goudhaantje Ann Simons, dit jaar Europees junioreskampioene en brons op het EK seniores.

LOMMEL Frank VAN ROOST

BR>

«2000 wordt mijn 35ste jaar in het judo,» rekent de personeelsverantwoordelijke van vrieshuis Frigo uit. «Op mijn achtste al kwam ik erachter dat ik in geen enkele andere sport mijn overdosis agressiviteit en impulsiviteit beter kwijt kon dan in het judo.»

De piepkleine Melotte kwam toen als een van de weinige kinderen in de kleine groep Lommelse judoka's terecht. «Ik werd nét niet nagewezen, want

die van de judo

, dat was speciaal volk. Ik werd een van de eerste competitiejudoka's in Lommel. Op mijn 21ste gaf mijn trainer er de brui aan. Ik had trainerscursus gevolgd en werd bijna automatisch tot clubtrainer gepromoveerd. En dat ben ik nog altijd.»

Karakter

Zijn motivatie hoeft Melotte niet ver te zoeken. Hij is een perfectionist, wil het uiterste halen uit zichzelf en zijn leerlingen. «En met Ann Simons heb ik het op dat vlak geweldig getroffen. Toen ze nog pupil was, op haar elfde, merkte ik haar talent op. Maar dat volstaat niet: karakter zorgt voor 60 tot 70 procent van het succes voor een judoka. En dat heeft Ann, meer dan wie ook. Als ik één week niet kan trainen, heb ik het lastig met mezelf. Zij nog veel erger. Op die leeftijd kon ik niet wat zij nu doet. Zo hard trainen en dan haar universitaire studies nog met onderscheiding afwerken.»

Voorbeeld

«Als trainer moet je een voorbeeld zijn,» huldigt Melotte als principe. «Ik heb zelf nog een prima conditie, dat is de beste manier om bij de jongeren respect af te dwingen. Het is ook heel belangrijk om zelf te trainen met je judoka, want judo is een gevoelssport. Judo is fysieke communicatie. Daarom oefen ik vaak de volledige beweging. Veel trainers zetten een greep in, komen er weer uit en herhalen dat eindeloos. Ik laat mij op een training van twee uur soms honderd keer gooien. Dan vervang ik de tatami wel door zachte valmatten,» lacht Melotte.

Analyse

«Twee jaar geleden hadden we Ilse Heylen grondig geanalyseerd op video,» komt Melotte bij een ander stokpaardje. «We hadden twee mogelijkheden uitgedokterd om haar te vloeren. Op de Belgische kampioenschappen gebruikte Ann de eerste variant, een paar weken later in Praag de tweede. Telkens goed voor ippon. Op zo'n momenten weet je dat je iets bijgedragen hebt. Niet veel, maar misschien net voldoende voor het verschil tussen brons en goud.»

Ook op grote tornooien analyseert Melotte de komende tegenstanders van Ann. «Tussen de kampen in kruip ik in hun gedaante. Onlangs nog voor haar finale op het EK voor juniores. Ze moest tegen een Oekraïense. Voor de kamp ben ik met Ann naar de oefenzaal getrokken en heb ik me identiek gedragen als dat meisje. We vonden haar zwakke punt, Ann buitte het na twaalf seconden uit: ippon.»

De voldoening was onbeschrijflijk. «De tranen stonden in mijn ogen. Wees gerust, op zo'n wedstrijddag ben ik enorm zenuwachtig. Meer dan toen ik zelf nog kampte. Meer ook dan Ann zelf. 's Avonds moest ik de uitnodiging om te vieren afzeggen. Ik was compleet leeg. En Ann, die dacht toen al aan haar volgende tornooi. Geen druppel alcohol heeft ze aangeraakt.

Aangeboden door onze partners