Kathedraal van Canterbury in "gevaarlijke" bouwvallige staat

Print
De kathedraal van Canterbury, waar het anglicanisme is ontstaan, staat op instorten. Stukken metselwerk vallen van de muren en een vijfde van de marmeren zuilen binnenin de kerk worden bijeengehouden door tape.
Toen de omvang van de bouwvalligheid van het gebouw onthuld werd, riepen de beheerders van de kathedraal op tot een wereldwijde campagne om meer dan 50 miljoen pond (75 miljoen euro) in te zamelen gedurende vijf jaar. Dat geld moet niet alleen dienen voor dringende werken, maar ook voor renovatie en conservatie op lange termijn.

De kathedraal van Canterbury werd in 597 gesticht door Sint-Augustinus. In 1170 vond de moord op Thomas Becket er plaats en later overleefde de kathedraal de zware bombardementen op het zuidoosten van Londen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Ondanks de 900 turbulente jaren die het bouwwerk al heeft overleefd, "zijn het de komende jaren die het grootste gevaar vormen voor de kathedraal," zo verklaarde Allan Willet, voorzitter van de beheerders. Als er niet gauw iets ondernomen wordt, is het mogelijk dat bepaalde delen van de kathedraal binnenkort uit veiligheidsoverwegingen gesloten worden voor het publiek, aldus Willet.

De kathedraal bevindt zich op een "kritiek punt" en als er niet snel actie wordt ondernomen, zal "de schade verergeren tot verval," zei John Burton, die de staat van het gebouw onderzocht heeft. "We geven niet graag toe dat we stukjes van de zuilen aan elkaar hebben moeten binden, omdat we fier zijn op het gebouw, maar toch moeten we het toegeven."