"Werken vrouwelijke beeldhouwers zwaar ondervertegenwoordigd"

Print
Slechts drie procent van de beeldhouwwerken die in de periode 1770-1953 in Brussel, Parijs en Londen geplaatst werden in de openlucht, in publieke of in semi-publieke gebouwen, zijn van de hand van vrouwen.
Dat blijkt uit een doctoraatsstudie aan de K.U.Leuven door Marjan Sterckx. De auteur trof in de vermelde steden in de bestudeerde periode 360 beeldhouwwerken aan van vrouwen.

Dat beeldhouwwerken van vrouwen ondervertegenwoordigd zijn, heeft vooral te maken met de gangbare opvattingen van die tijd, dat vrouwen thuishoorden in de privésfeer en dat het publieke domein aan mannen toebehoorde. Vrouwen mochten pas laat in de 19de eeuw deelnemen aan het openbaar kunstonderwijs. Deelnemen aan tentoonstellingen of wedstrijden om hun werk bekendheid te geven en opdrachten te bemachtigen, was niet evident.

"Om hun slag thuis te halen moesten de kunstenaressen vaak eigen strategieën zoeken om hun sculpturen aan de man te brengen. Meerdere van hen bleven ongehuwd, scheidden of leefden met een vrouw. Enkelen droegen zelfs mannenkleren of namen een mannelijk pseudoniem aan om wat meer gedaan te krijgen."

"Als een beeldhouwwerk toch geplaatst werd, werd het samen met de kunstenares vaak door de kunstgeschiedenis naar de achtergrond gedrongen," aldus Sterckx.