"Wet op beteugeling dronkenschap moet aangepast worden"

Print
Luc De Bauw, secretaris-generaal van Horeca Vlaanderen, vraagt dat de wet op de beteugeling van dronkenschap uit 1939 (niet uit 1914) wordt aangepast.
Vooral de interpretatie van de "kennelijke staat van dronkenschap" blijft problemen veroorzaken. De Bauw geeft wel toe dat het moeilijk blijft om de wet sluitend te maken.

De Bauw reageert daarmee op de veroordeling van een caféuitbater in Brugge nadat een stomdronken klant een 16-jarig meisje had aangereden. De uitbater mag een jaar geen alcohol schenken, moet 275 euro boete betalen en vijftien dagen brommen. "Hij bleef uit winstbejag alcohol schenken," aldus de rechter.

Het is niet de eerste keer dat een uitbater wordt veroordeeld voor een ongeval dat door een dronken klant werd veroorzaakt. Maar voor Luc De Bauw van Horeca Vlaanderen is de maat vol. Hij vraagt een aanpassing van de wet uit 1939 op de beteugeling van dronkenschap. Vooral de interpretatie van kennelijke staat van dronkenschap is een blijvend probleem. "Dat is een zuiver subjectief gegeven," aldus De Bauw.

Volgens Horeca Vlaanderen worden de cafébazen door de wet geculpablisieerd. "Men stelt een wapenhandelaar toch ook niet verantwoordelijk wanneer iemand met een wapen uit zijn handel misdaden begaat? Wie is er hier de schuldige, de consument of de cafébaas?," aldus De Bauw.