Erevoorzitter Constant Vanden Stock: "Mijn laatste droom is de titel"

ANDERLECHT -

Club Brugge - Anderlecht heeft altijd al een speciale betekenis gehad voor Constant Vanden Stock. De erevoorzitter van Sporting werkte voor beide clubs. "Maar ik had altijd een Anderlecht-hart", aldus Vanden Stock. Vandaag gaat

Monsieur Constant

niet naar het Jan Breydel-stadion. De 85-jarige Vanden Stock blijft liever op de achtergrond. Ook interviews geeft hij liever niet. "Om niet in het vaarwater te komen van mijn zoon,

Meneer Roger

." Aan de vooravond van Club - Anderlecht maakte hij een uitzondering op die regel.

Yves Taildeman

BR>

Wint Anderlecht, dan kan de titel nog nauwelijks gemist worden, niet?

"We maken meer kans op de titel dan andere jaren, maar het zal een moeilijk kampioenschap worden. Oei oei, toch. Ik denk dat de anderen terugkomen. Maar wat zou het prachtig zijn: onze 25ste landstitel in het jaar 2000. Dat is mijn laatste droom."

Vandaag kan Anderlecht Club Brugge misschien al uittellen voor de titel.

"Veel hangt af van de wijze waarop Brugge en de supporters de match aanpakken. Twee kansen op de drie zal dat zeer hard zijn. Brugge weet dat we dat niet te graag hebben. Ik voel dat het

vuur en vlam

zal zijn. Met die

bazaar

van vorig seizoen en met die uitgestelde match. Ik geloof nooit dat het een goeie match wordt. Club maakt meer kans dan Anderlecht om te winnen. Het veld is groot en het moet winnen om nog iets te kunnen doen in het kampioenschap."

Bovendien draait Anderlecht niet zoals een kampioenenploeg.

"Het gaat wat moeilijk. Radzinski heeft veel gewerkt maar is nu veel minder. Het middenveld zit er wat door. Van zodra je de bal niet meer hebt, moet iedereen verdediger worden. Zetterberg doet dat niet te graag en Scifo ook niet. Zij zijn in een andere cultuur grootgebracht. Ik denk trouwens dat Scifo te vroeg is herbegonnen. Die jongen was enkele maanden geleden nog bijna dood, he. Hij is daar nog niet van gerecupereerd. Veel zal afhangen van hoe onze verdediging speelt."

Veel mensen weten niet dat u ook even een belangrijke rol bij Club Brugge heeft gespeeld.

"In 1969, toen ik aftrad als selectieheer van de nationale ploeg, vroeg toenmalig Club Brugge-voorzitter André De Clerck of ik geen interesse had om in Brugge technisch directeur te worden. Ik was net in Knokke een villa aan het bouwen en de

commerce

ging goed. Ik zei:

Oké.

Ik ben daar goed ontvangen en de spelers

babbelden niet tegen

. Maar toen waren er twee brouwerijen die in het Brusselse overgelaten werden. Ik zei:

Ik moet die hebben

. Ik deed elke dag het traject Brussel-Brugge en dat was te veel. Mijn vrouw zag me niet meer. Bovendien had ik problemen had om het Brugs dialect te verstaan op vergaderingen. Dat is net alsof ik daar Brussels was beginnen

klappen

. Als ze dan nog tussen hun tanden begonnen te kletsen, begreep ik niks meer. Dé reden om na één jaar weg te gaan, was de mislukte transfer van Wilfried Van Moer. Hij kostte 4,5 miljoen frank. Ik wilde de helft uit mijn eigen zak betalen maar de voorzitter weigerde. Van Moer ging voor 9 miljoen naar Standard, dat 3 keer kampioen werd. Verdorie, wat was ik

gedecourageerd

."

U behield wel een Anderlecht-hart.

"Ja, maar er waren mensen in Anderlecht die schrik hadden van mij. Ze wisten dat de leiding zou veranderen als ik zou komen. Uiteindelijk keerde ik terug en werd ik in 1971 voorzitter van Anderlecht, maar ik behield goeie herinneringen aan Brugge. Vooral de Brugse spionkop was fantastisch. Dat waren studenten die bijeen kwamen en liedjes instudeerden. Op de Klokke was nogal een sfeer,

zenne

. Hier in Anderlecht waren ook veel goeie supporters, maar zo'n kop was er nog niet."

Aangeboden door onze partners