«Topsport is ondankbaar»

Het moet zowat een unicum zijn dat een atleet dertien jaar lang zijn lot verbindt aan één en dezelfde trainer. Verspringer Erik Nys, Olympisch finalist in Atlanta en dit jaar WK-finalist, voelt nochtans geen behoefte aan een overstap. Wim Vandeven, zelf ooit nationaal kampioen hordenlopen, mag hem nog altijd de zwaarste oefenstof voorschotelen.

BILZEN Frank VAN ROOST

BR>

«Nys is niet de enige,» lacht de geboren Looienaar, die intussen zijn vaste stek en een kinesistenpraktijk uitgebouwd heeft in Zolder. «Ook hordenloopster Nadine Grouwels begeleid ik al van toen ze eerstejaars kadet was.»

Grouwels bracht het tot nationaal kampioene, Nys groeide uit tot een specialist van de internationale competities. «En hij bezorgde mij mijn mooiste herinering als trainer met zijn fameuze 8m25 in Hechtel. Vlak voor de Olympische Spelen, volgens het spannendst denkbare scenario.»

Actieradius

Vandeven stamt zelf uit de atletiek, wedijverde tien jaar geleden met Hubert Grossard om de nationale titel op 110 m horden. «In 1989 was ik de betere, goed een jaar later al zette ik de stap naar het full-time trainerschap.»

Oorspronkelijk alleen in de atletiek bij AVT, maar sinds een paar jaar kloppen steeds meer tennisspelers aan om hun fysiek bij te schaven. «Sabine Appelmans en Laurence Courtois hebben mijn schema's anderhalf jaar gevolgd, Christophe Van Garsse en Els Callens zijn nu vaste klanten bij mij.»

Sinds deze zomer is zijn actieradius nog breder geworden. «Judoka Heidi Rakels werkt conditieprogramma's van mijn hand af en de volleybalsters van Tongeren hebben al heel wat zweet gelaten sinds ze via het Bilzense Institute for Sports and training bij mij terecht gekomen zijn.»

Schema's

Schema's, daar draait het zogezegd allemaal om in de topsport. «Niet helemaal,» relativeert Vandeven. «Een schema is een blauwdruk, geen verplicht nummer. Vaak laat ik mijn atleten naar de training komen zonder dat ze weten wat hen te wachten staat. Je moet constant inspelen op de mentale en fysieke paraatheid van je atleet. Twee jaar geleden heb ik de traditionele jaarplannning van Nys compleet omgegooid. Nu werk ik nooit langer dan twee weken in dezelfde richting. Dat heb ik geleerd van Roland Gaastra, de man achter Fred Deburghgraeve, en van Erik De Bruijn, de Nederlandse atleet die getrouwd is met zwemster Michelle Smith.»

Ouders

«Hoe ouder een atleet, hoe moeilijker hij het mentaal krijgt,» weet ook Vandeven. «Jonge sporters doen maar aan tot er een tegenslag volgt. Dat is nog niet zo slecht. Want een atleet die begint na te denken, da's voor niks goed,» lacht hij.

«Onlangs liepen mijn atleten hun eerste wedstrijd van de winter. We kwamen uit een periode van zware belasting. Eén van mijn lopers was een paar dagen ziek geweest. Die liep zijn record. Wie het hardst getraind had, werd ogenschijlijk het minst beloond. Dat is soms moeilijk te vatten voor die jonge kerels. Tja, topsport is soms ondankbaar.»

Als trainer van jong talent krijgt Vandeven uiteraard met ouders te maken. «Soms vormen zij een probleem. Kijk maar naar de zijlijn in voetbal of tennis. Ik vind het heel belangrijk om vooraf een goed gesprek te hebben met ouders en atleet samen. Ze moeten vooraf weten dat ik veeleisend ben. Ik weet dat ook van mezelf. Anderzijds probeer ik aanwezig te zijn bij elke training van al mijn atleten. Want wie zich geeft als topatleet, verdient van mij 200 procent respect.»