Niels Cox wil de lat nog wat hoger leggen

De 11-jarige Niels Cox is Belgisch kart-kampioen bij de miniemen. Niels is aan zijn derde seizoen bezig. Vorig jaar eindigde hij op de tweede plaats, nu was het dus raak. Tijdens de finaledag liet hij niet alleen de snelste chrono afdrukken, maar wist hij ook beide manches op spectaculaire wijze te winnen. Volgens insiders heeft Niels

iets

in zijn mars. De prestatiedrang is alvast uitermate groot bij deze kleine kerel.

ZONHOVEN Jean HENDRIX

BR>Ruim twee jaar geleden zette Niels Cox zijn eerste stappen in de kartingsport. Amper enkele maanden later won hij al zijn eerste wedstrijd. We schreven toen september 1997. «Van dan af ging het allemaal heel snel,» lacht Niels. «Op het einde van het jaar zegde ik de kleinste klasse al vaarwel. In 1998 zette ik immers aan in de Klasse Mini. Gedurende heel het seizoen waren mijn tijden bijzonder scherp.»

«Bij aanvang van dat seizoen was Niels in de wedstrijden nogal braaf, maar onder de vakkundige begeleiding van zijn trainer Tuur Nijs wist hij zich snel te ontpoppen tot een ware titelkandidaat,» zeggen mama en papa Cox. Het werd dan ook een kampioenschap om duimen en vingers van te likken. De finaledag in Mariembourg beheerste hij van start tot finish. Een mooier verjaardagsgeschenk kon Niels zichzelf toen niet toewensen. Uiteindelijk werd hij tweede in het Belgisch kampioenschap, terwijl de GIRS-titel wél voor hem was.

Dit jaar stapte Niels over naar de miniemen. «Tegenstand was er voldoende,» lacht de kersverse nationale kampioen. «Maar ik bleef ze allemaal de baas. Op het kartcircuit van Genk worden me de nodige knepen aangeleerd. En blijkbaar leer ik snel. Bovendien volg ik in België Jan Heylen en op wereldvlak de Fransman Franck Perera op de voet. Deze laatste is slechts 15 jaar en al wereldkampioen. Net als hij wil ook ik een groot piloot worden.»

«Pas op, ik wil nu niet naast mijn schoenen gaan lopen,» rondt Niels de gesprekken af. «Maar dit succes heeft mij wel ambitieuzer gemaakt. Het wordt wel even zoeken om het evenwicht te vinden tussen naar school gaan en de sport. Voorlopig vind je me dan ook alleen op woensdagnamiddag en tijdens het weekend op een karting. Ik wil het later wel heel ver schoppen in die sport. Net dat stimuleert me om door te gaan, terwijl ik ook nog plezier vind in het sportieve zelf. De snelheid geeft me een kick. Of dat erfelijk is? Dat kan ik me moeilijk voorstellen.»