«Supporter nummer een»

ANTWERPEN -

Het afscheid lijkt deze keer 'definitief definitief'. Ronny Bayer, de man met meer comebacks op zijn actief dan Frank Sinatra, speelt vanavond tegen Oekraïne zijn allerlaatste wedstrijd voor de Belgian Lions. Geen nieuwe smeekbede van bondscoach Tony Van den Bosch of het vooruitzicht van een eventuele tweede EK-campagne kan hem overhalen.

Marc VERMEIREN

BR>

Bayer is niet van plan met veel poeha en een krop in de keel af te zwaaien.

«Ik ga het publiek groeten en mijn ploegmaats bedanken. Ik heb al enkele keren mijn afscheid aangekondigd. Ik heb tijd genoeg gehad om te relativeren. Bovendien wil ik nog enkele jaren blijven spelen. Ik stop alleen als international. Mijn besluit stond vast na de voorronde in Zwitserland. Tony Van den Bosch wist van mijn plannen. Alleen door de blessure van Stas maakte ik nog eens een uitzondering. De laatste, geloof me. Als spelverdeler zijn er anderen aan zet: Jaumin, Lauwers, Stas... Ik ben er van '86 bij en heb drie generaties meegemaakt. Zelfs het vooruitzicht van 100 interlands of een eventuele tweede EK-campagne kan me niet overhalen. Zonder blessures had ik de kaap van 100 overigens wel gerond. Het is mooi geweest. Ik blijf wel supporter nummer een van de Lions.»

Bayer haakt af op een moment dat de nationale ploeg, het eeuwige zorgenkind van het Belgisch basketbal, aan een zoveelste wederopstanding bezig lijkt.

«Na de gloriejaren onder Leon Wandel was het een carrousel van coaches en managers. Elke keer was het opnieuw beginnen, met als enige constante, storende bemoeienissen van buitenaf. Qua omkadering en centen was de periode-Wandel

de crème de la crème

. Toen eindigden we op het EK '93 in Berlijn op een negende plaats. Ik weet nog dat Rik Samaey toen stelde dat het achttien jaar geleden was dat we een EK bereikt hadden en dat het nog eens zolang zou duren vooraleer we op een eindronde zouden geraken. Na Wandel werd het veel minder. Als je van een viersterrenhotel afzakt naar een met twee sterren, dan mopperen spelers. Ik weet wel dat Oost-Europeanen in barakken trainen en slapen in veredelde loodsen en toch presteren, maar wij zijn verwend.»

«Nu staat er eindelijk weer een structuur op poten. Getuige daarvan onze zeven opeenvolgende zeges. Ik voel bij spelers en entourage opnieuw de honger om nog eens te spelen tegen de Europese toplanden en niet in de kelderverdieping te knokken om niet nog verder weg te zakken. België heeft meer dan voldoende talent om tot de A-landen te horen. De nationale ploeg moet in staat zijn de kritiek te counteren dat de Europese clubsuccessen vooral te wijten zijn aan onze buitenlanders.»