SERV en Minaraad brengen gezamenlijke adviezen uit over plan-MER brownfieldconven

Print
Volgens Minaraad en SERV is het bijna altijd zinvol om vooraf het beleid te evalueren dat in voorbereiding is. Dit op voorwaarde dat realistische alternatieven worden onderzocht en dat wordt gekeken naar de belangrijkste gevolgen.
BR> Dat uitgangspunt leidt tot een reeks voorstellen tot aanpassing van het plan-MER decreet. SERV en Minaraad verwelkomen in een tweede gezamenlijk advies dat de regering werk wil maken van de ontwikkeling van leegstaande en verontreinigde sites (brownfields). Zij vragen evenwel ook een preventief beleid om veroudering van bedrijventerreinen te voorkomen. Voor minstens 1/4e van de bedrijventerreinen in Vlaanderen is dat vandaag een reëel probleem. Decreet Plan-MER Minaraad en SERV brachten een gezamenlijk advies uit over een voorontwerp van decreet over milieueffectrapportage (MER) voor plannen en programma's. Plan-MER is een techniek om beleid te evalueren dat in voorbereiding is. De overheid gaat na wat de verschillende beleidsopties zijn. Ze vergelijkt die alternatieven op hun verwachte gevolgen voor de menselijke gezondheid en voor het leefmilieu. Vervolgens maakt ze de resultaten van die studie bekend en houdt ze er rekening mee bij haar beslissing. Plan-MER moet de overheid helpen om voor het beste alternatief te kiezen en om de negatieve gevolgen van dit alternatief zoveel mogelijk te vermijden of op te vangen. De Vlaamse Regering wil het bestaande decreet vervangen door een nieuwe regeling. Volgens de Raden is het bijna altijd zinvol om vooraf het beleid te evalueren dat in voorbereiding is. Dit op voorwaarde dat realistische alternatieven worden onderzocht en dat wordt gekeken naar de belangrijke gevolgen. Dit uitgangspunt leidt tot enkele voorstellen voor wijziging van het voorontwerp. De overheid moet, zo snel mogelijk nadat ze beslist om nieuw beleid op te stellen of bestaand beleid bij te sturen, beslissen of ze een plan-MER opstelt. Dat maakt het mogelijk om van in het vroegste stadium van de planopmaak alternatieven te identificeren en gegevens te verzamelen over de milieueffecten van die verschillende alternatieven. Het voorontwerp moet de overheid ertoe aanzetten om zinvolle alternatieven te formuleren en die vervolgens te onderzoeken. Het moet er ook voor zorgen dat alle belangrijke milieueffecten goed worden onderzocht en dat de minder relevante milieueffecten enkel beknopt worden bekeken. Evaluatie van beleid is moeilijk. Het voorontwerp moet de overheid er meer toe aanzetten om lessen te trekken uit evaluatiestudies. Er valt bij te leren over een brede waaier aan vragen. In welke gevallen is het zinvol om een evaluatiestudie uit te voeren? Welke alternatieven en milieueffecten lonen de moeite om te onderzoeken? Wat is de waarde van de gebruikte methodes voor het voorspellen van effecten? Welke doelstellingen wil het beleid halen? Welke mogelijkheden zijn er om het gedrag van mensen te sturen in de gewenste richting? Decreet brownfieldconvenanten In een tweede gezamenlijk advies adviseerden SERV en Minaraad over een voorontwerp van decreet betreffende brownfieldconvenanten. Het voorontwerp wil een kader bieden voor de ontwikkeling van Brownfields en voor het wegwerken van belemmeringen waarmee brownfieldprojecten vandaag te kampen hebben. In het advies onderschrijven de raden de doelstelling van het voorontwerp. Zuinig omspringen met de eindige ruimte vraagt immers dat werk wordt gemaakt van de herintegratie van bestaande leegstaande en/of verontreinigde sites. Bovendien kan de herstructurering een halt toeroepen aan de verkrottingsspiraal van de buurt, waarbij de hele omgeving een nieuwe dynamiek krijgt. De raden menen tevens dat brownfieldconvenanten een goed instrument zijn om brownfieldprojecten te stimuleren. Toch zijn nog belangrijke verbeteringen aan het voorontwerp mogelijk. Zo moet meer aandacht gaan naar de selectie van brownfieldprojecten waarvoor de onderhandelingen met het oog op een brownfieldconvenant worden opgestart. De voorkeur moet uitgaan naar brownfieldprojecten met de grootste maatschappelijke meerwaarde. De raden stellen voor om de aanvragen periodiek te groeperen via een "call-systeem", zodat ze gelijktijdig worden ingediend en aan een selectie kunnen worden onderworpen. De raden menen tevens dat in het decreet een inspraakmogelijkheid moet worden opgenomen voor belanghebbenden die geen convenantpartij zijn. Concreet stellen de raden voor dat de Regionale Sociaal-Economische Overlegcomités (RESOC's) daarin een coördinerende rol zouden spelen. Minaraad en SERV stellen in hun advies ook voorwaarden aan de voorziene afwijkingen van bestaande procedureregels voor brownfieldprojecten. Essentiële onderdelen van die procedures mogen niet worden geschrapt of onmogelijk gemaakt. Zij dringen tevens aan op nadere onderbouwing van de voorgestelde ondersteuningsmaatregelen.