Aantal asielaanvragen opnieuw licht gestegen in 2005

Print
Het aantal asielaanvragen is in 2005 opnieuw licht gestegen: van 15.357 in 2004 tot 15.957 vorig jaar. Het aantal asielaanvragen in 2005 bleef echter lager dan de instroom in de jaren voor 2004.
Dat blijkt uit het jaarverslag van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS).

De meeste vluchtelingen waren afkomstig uit Rusland, de Democratische Republiek Congo, Servië-Montenegro, Irak en Slovakije.
Voor de eerste vijf maanden van 2006 is een zeer sterke daling van het aantal aanvragen merkbaar. In vergelijking met dezelfde periode in 2005 daalde het aantal aanvragen met 28 procent. De daling van de instroom is een gevolg van het gevoerde beleid: de toegenomen Europese samenwerking leidt tot een afname van het asielshoppen en de snelle behandeling van onontvankelijke, manifest ongegronde en bedrieglijke asielaanvragen werkt ontradend. Bovendien hadden de ontradingscampagnes van minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael ook effect.

In 2005 erkende het Commissariaat 3.059 personen (15,2 procent) als vluchteling, wat een stijging is in vergelijking met de vorige jaren. De Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen erkende daarenboven 689 mensen als vluchteling. Het aantal erkenningen steeg enerzijds omdat er beduidend meer achterstand in dossiers ten gronde werd weggewerkt; anderzijds waren er relatief meer vluchtelingen die terecht asiel aanvroegen.
In 2005 bedroeg de gemiddelde duur voor de behandeling van een dossier in de ontvankelijkheidsfase minder dan drie maanden. De voorgestelde hervorming van de asielprocedure voorziet in een verruiming van de mogelijkheid tot bescherming door de invoering van een regeling voor subsidiaire bescherming en een procedure voor vluchtelingen die niet kunnen terugkeren om gezondheidsredenen. Subsidiaire bescherming is bedoeld voor mensen die niet binnen het Vluchtelingenverdrag vallen, maar wel duidelijk behoefte hebben aan bescherming.

Volgens commissaris-generaal Dirk Van den Bulck zal de invoering van de subsidiaire bescherming het aantal beslissingen tot bescherming niet significant doen toenemen, omdat het Commissariaat-generaal al een ruime interpretatie van het begrip vluchteling hanteert.