Cassatie bevestigt absolute onschendbaarheid parlementsleden

Print
Het hof van Cassatie heeft de absolute onschendbaarheid bevestigd van parlementsleden en het parlement als instelling. Dat schrijft Le Soir vrijdag.
Cassatie verbreekt daarmee de historische uitspraak van het Brusselse hof van beroep van juni 2005, dat de kamerleden had veroordeeld na het rapport over de sekten.

De parlementaire onderzoekscommissie sekten leverde in april 1997 haar eindrapport af. Naast een lijst waarin alle sekten staan opgesomd die in ons land actief zijn, wordt in het rapport ook verslag uitgebracht van een reeks hoorzittingen die met gesloten deuren plaatsvonden. Daarin staat onder meer een getuigenis over de Universele Kerk van het Koninkrijk Gods (UKKG).
De passage schoot bij de sekte in het verkeerde keelgat. De vzw dagvaardde in juni 1998 de kamervoorzitter en eiste onder meer een schadevergoeding van 20 miljoen oude Belgische franken. De rechtbank van eerste aanleg in Brussel verwierp in 2000 de klacht als zijnde onontvankelijk, maar het hof van beroep was op 28 juni 2005 een andere mening toegedaan.

Het hof gaf de sekte slechts gedeeltelijk gelijk. De kamercommissie maakte geen fout bij het onderzoek, maar handelde niet zorgvuldig bij het opstellen van het verslag, "waardoor het maatschappelijk beeld van UKKG werd geschonden".
Opmerkelijk was de argumentatie van het hof van beroep, dat stelde dat de kamer zich in dit geval niet kan beroepen op artikel 58 van de grondwet over de parlementaire onverantwoordelijkheid. Dat bepaalt dat parlementsleden tijdens de uitoefening van hun mandaat vrijuit kunnen spreken en niet kunnen worden vervolgd voor wat ze zeggen of doen. Die regel geldt ook voor schriftelijke documenten of verslagen van parlementaire werkzaamheden.
Kamervoorzitter Herman De Croo ging in beroep en Cassatie bevestigde donderdag de absolute onschendbaarheid van het parlement en de parlementsleden in hun hoedanigheid van instelling.