Hongerige burgers plunderen pakhuizen in Oost-Timor

Print
Een menigte van bijna duizend personen heeft vrijdag opslagplaatsen van de overheid in de Oost-Timorese hoofdstad Dili geplunderd. Er werden vernielingen aangericht en mensen liepen naar buiten met computers, printers, meubilair en archiefkasten, maar ook met bijvoorbeeld auto-onderdelen en muziekinstrumenten.
De Oost-Timorezen bestormden de panden na erachter te zijn gekomen dat het nabijgelegen pakhuis waar ze uren hadden staan te wachten op rijst leeg was. Toen na ruim een uur drie Portugese soldaten en ongewapende Oost-Timorese agenten arriveerden hield het plunderen op.
Met de bestorming van de magazijnen lijkt een nieuw element te zijn toegevoegd aan de onrust in Dili. Tot nu toe hielden de gewone burgers zich over het algemeen verre van het geweld, al braken er enkele keren opstootjes uit bij het uitdelen van voedsel aan gevluchte inwoners van Dili. Meer dan honderdduizend mensen zijn voor het geweld van de afgelopen week op de vlucht geslagen.
"Ik heb honger en de winkels zijn dicht. Waar moeten we iets te eten kopen? De rantsoenen van de overheid zijn op", zei Cornelio Moniz Barreto, die in de straten van Dili naar voedsel zocht, maar niet deelnam aan de plunderingen van vrijdag. "We zijn eenvoudige mensen. We hebben geen verstand van politiek en we denken op het ogenblik aan onze maag, niet aan politiek."