Bijna een op de zes Belgen loopt verhoogd armoederisico

Bijna 15 procent van de Belgische bevolking loopt een verhoogd armoederisico. Dat blijkt uit de resultaten van de EU-SILC enquête 2004 (European Union-Statistics in Income and Living Conditions), die bij meer dan 5.000 Belgische huishoudens werd uitgevoerd.

Belga

Mensen die een verhoogd armoederisico lopen, leven in een gezin waar er per hoofd niet meer dan 777 euro per maand beschikbaar is. Er zijn wel duidelijke regionale verschillen merkbaar. Zo telt Vlaanderen -zonder Brussel- 11,3 pct inwoners met een verhoogd armoederisico, Wallonië 17,7 pct.

Vrouwen (15,8 pct) en 65-plussers (20,6 pct) hebben een opvallend hoger risico om in armoede verzeild te geraken dan mannen (13,8 pct) en personen jonger dan 65 jaar (13,7 pct). Het armoederisico van werkenden (4,3 pct) is veel lager dan dat van werklozen (28,4 pct) en dat van niet-actieven in het algemeen (23,4 pct). Alleenstaanden hebben het moeilijker dan gezinnen met meerdere inkomens.

Uit de enquête blijkt ook dat sociale transfers (hoofdzakelijk uitkeringen) een belangrijke corrigerende rol hebben bij het bestrijden van armoede. Zonder uitkeringen (exclusief pensioenen) zou 27,5 pct van de bevolking in armoede leven. Laat men ook de pensioenen weg, dan zou dat zelfs 42 pct zijn.

Ondanks het feit dat de grote meerderheid van de gezinnen uit de enquête in een comfortabele woning leeft en over een aanzienlijk aantal gebruiksgoederen beschikt, ervaart bijna een op de vijf gezinnen moeilijkheden om de eindjes aan elkaar te knopen.

De EU-SILC is een nieuwe enquête naar inkomens en levensomstandigheden en moet een belangrijk instrument vormen om zowel op Belgisch als op Europees niveau armoede en sociale uitsluiting in kaart te brengen. De enquête wordt in België georganiseerd door de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (voormalig N.I.S.) en de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie. De enquête is de opvolger van de Panelstudie van de Belgische huishoudens.