Rechter wijst kort geding CIB-Limburg tegen Van den Bossche af

De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van Hasselt heeft de vordering in kort geding van de Limburgse afdeling van de vastgoedmakelaarsorganisatie CIB tegen minister van Consumentenzaken Freya Van den Bossche (sp.a) afgewezen.

Belga

Door deze afwijzing werd ook niet ingegaan op de vraag van de vastgoedmakelaars om de minister tot een rechtzetting omtrent haar uitspraken over wanpraktijken in de sector te dwingen. Dat laat voorzitter Luc Machon van de Limburgse afdeling van het CIB (Confederatie van Immobiliënberoepen van België) donderdag in een mededeling weten.

Het CIB-Limburg stapte in november van vorig jaar naar de rechtbank om de opmerkingen van de consumenteninspectie in het kader van een grootschalige doorlichting van de sector aan de wet op de handelspraktijken te laten toetsen. De sector was met name niet opgetogen over de uitspraken van Van den Bossche. De minister kondigde een grote kuis in de vastgoedsector aan nadat uit een doorlichting van de sector gebleken was dat vier op vijf makelaars in overtreding waren met de wet op de handelspraktijken en te duur waren.

De rechter oordeelde echter dat Van den Bossche het recht heeft om de regelgeving te interpreteren en dat een betwisting van deze interpretatie niet voor de kortgedingrechter dient te gebeuren. Het CIB-Limburg overweegt inmiddels om de interpretatie van de minister ten gronde voor de arbeidsrechtbank te laten toetsen, zo zegt Machon nog.

Het CIB-Limburg laat ook weten dat het voorstander is van een modelcontract en dat het zich in dit verband kan vinden in het voorgestelde ontwerp van minister van middenstand Sabine Laruelle. Dit ontwerp staat vrijdag overigens op de agenda van de ministerraad geagendeerd.

De Limburgse vastgoedmakelaars beweren tot slot nog vernomen te hebben dat Van den Bossche een ontwerp van koninklijk besluit wil voorstellen, dat de vorm en de inhoud van een bemiddelingscontract vastlegt. "Het CIB gelooft evenwel niet in nog meer regelgeving, maar wel in een efficiënte controle die de echte wanpraktijken in de sector aanpakt", zo besluit Machon.