"PCB-norm in voeding moet strenger"

De actuele maximumnorm voor PCB's in voeding en dierlijke producten, die in 1999 na de dioxinecrisis werd ingevoerd, is te tolerant en ook te algemeen voor de diverse soorten vlees.

Belga

Dat stelt Sven De Vos (KULeuven) in zijn doctoraatsonderzoek. De Vos is verbonden aan het Laboratorium voor Voedingsleer van de Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen.

Het gebruik van de PCB's (polychloorbifenylen) is al meer dan twintig jaar verboden maar de giftige stoffen zijn nog steeds aanwezig in toestellen zoals transformatoren. Ze zijn heel slecht afbreekbaar, hopen zich op in het vet van dieren en kunnen zo bij de mens terechtkomen, waar ze verantwoordelijk zijn voor verminderde vruchtbaarheid, afwijkingen bij de geboorte en kanker. Een beperkt aantal PCB's lijkt heel sterk op dioxine.

De huidige maximumnorm is 200 nanogram per gram vet. "Bij het vastleggen van de norm voor PCB's mag men niet uitgaan van de vraag hoeveel we ervan kunnen slikken zonder ziek te worden. Elke nanogram die we slikken is er immers één te veel. De normen dienen dus gekoppeld te worden aan verbeterde technieken om de laagste mogelijke waarden te krijgen. In kippen is 25 nanogram per gram vet haalbaar, in varkens zelfs 10 nanogram per gram vet. Dat moeten de normwaarden worden", aldus Sven De Vos.

Er moet voor het vastleggen van de normen volgens hem ook een opdeling komen naargelang het soort vlees. Nu geldt slechts een waarde voor het vetweefsel van een dier. Door bijvoorbeeld spek te eten krijgen consumenten echter veel meer PCB's binnen dan door van hetzelfde varken mignonnette te eten.

De Vos pleit er tot slot voor legkippen die ooit kort besmet raakten met PCB's uit de voedselketen te verwijderen, aangezien drie maanden nadien nog steeds 30 procent van het oorspronkelijke PCB-gehalte teruggevonden wordt in de eieren van de kip.